Ik vraag me al een tijdje af wat het nou is dat me zo dwars zit. Want dat het er is, weet ik zeker. Maar ik kan er niet op komen. Maar ik kreeg net weer een nieuwe theorie. Ik zat Raymann is Laat te kijken en het was af en toen klonk in de aankondiging van het sportjournaal dat er zo veel gevechten zijn in het voetbal. En toen gingen de gedachten ineens heel snel. Want het eindigde met dat de politie nog steeds staakt en in een flits zag ik voor me hoe dat tot een heel ander soort rellen zou kunnen leiden. Rellen tegen de politie.
Maar toen bedacht ik me dat dat in Nederland onmogelijk is. Hier gebeuren zulke dingen niet. En meteen kwam de vraag waarom dan niet en het eerste wat in me opkwam was min of meer: daar zijn we hier niet spontaan genoeg voor. En meteen daarna: nou ja, of dat kost eigenlijk teveel moeite. En ergens voelde ik dat ik daarmee een kern had geraakt. Want het is ook een beetje zo dat we het hier allemaal veel te veel moeite vinden om dingen op poten te zetten. Alleen de jeugd, de hooligans, de krakers en andere “foute”mensen doen dat soort dingen nog. Hoe kan dat dan?
Ik dacht, nou omdat het niet zo makkelijk is. Mijn gedachten gingen terug naar de demonstratie tegen Irak, een paar jaar geleden op het Museumplein. Het was voor het eerst sinds heel veel jaren dat er überhaupt zoveel mensen op een demonstratie zijn afgekomen. Hoe kan dat nou toch?
Maar dan eerst even terug naar de politie, want ik verlies mijn punt weer eens. Want ik denk nu ineens aan de demonstratie van vorig jaar, de spontane scholierendemonstratie die via MSN op poten was gezet. Ik weet nog dat er allerlei gevoelens door me heen gingen op dat moment. Wow, is dat net echt gebeurt. En niemand die het wist? Echt daadwerkelijk NIEMAND die het had zien aankomen? Ik vond het zo bijzonder, die gebeurtenis. Voor mij een van de belangrijkste gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Want vooral het feit dat niemand in de media of de regering er raad mee wist, maakte het zo speciaal. En ik heb het idee dat ik nu een beetje naar mijn punt toewerk.
Er gebeurden rare dingen op dat moment. Ik had het gevoel dat er daadwerkelijk verandering op komst was. Want het bij het zien van de manier waarop er met die staking omgegaan werd, kwam het besef van hoe groot die impact eigenlijk wel niet is. Maar die kinderen! Die geweldige kinderen! Recht in de roos, omdat dat voor mij toch altijd raker blijft dan one hundred and eighty. Die kids schoten recht in de roos van wat mijn gevoel op dat moment was.
Ik zat vast, ik zit het nog steeds, maar ik wist niet waarmee. Natuurlijk denk ik altijd te veel en te moeilijk en in veel te veel rode draden en grote lijnen. Maar het had iets te maken met Nederland. En ja, aangezien dara zo ontzettend veel gebeurt waar ik moeite mee heb, is het moeilijk het eruit te filteren. Maar ik wist al die tijd dat er nóg iets was. Iets waar ik mijn vinger niet op kon leggen. Maar nu begon het me een beetje te dagen. Het was inderdaad dat stukje ordelijkheid. Wij zijn volgens mij een van de meest geordende samenlevingen in de wereld. Hoezeer we ook pretenderen het tegenovergestelde te zijn.
Als je kijkt naar de chaos van Amsterdam alleen al, ik kom vaak op het stukje tussen de Nieuwmarkt en de Dam. Dat is een van de meest bizarre plekken die ik in mijn hele leven waar dan ook heb aangetroffen. Van alles en nog wat kom je daar tegen. Niet alleen de gebouwen, die echt schots en scheef in alle mogelijke formaten en vormen tegen elkaar aan plakken, maar vooral wat er in en om die gebouwen gebeurt, op welk moment dan ook. Allerlei soorten mensen uit de hele wereld, aangezien het veelal toeristen zijn. En toeristen heb je echt in heel veel soorten. Dat maakt ze ook zo interessant. Als je mensen interessant vindt, dan is de Nieuwmarkt the place to be.
Maar let´s stick to the point. Die massa die zich daar sinds jaar en dag ieder uur van de dag doorheen wurmt, lijkt heel chaotisch. En volgens mij kwam vorige week nog op het nieuws dat de overheid daar iets aan wil doen. De boel opschonen en ordenen. Maar het is juist helemaal geen chaos. Er gebeurt wel eens wat. Natuurlijk, waar niet? En daar gebeurt wel meer dan eens wat. Omdat er nou eenmaal meer kans is op gebeurtenissen, omdat er nou eenmaal meer activiteit is op die plek. Maar chaos is het zeker niet. Chaos is voor mij datgene wat uit de hand is gelopen, datgene waar geen grip meer op is. Maar in het geval van de Nieuwmarkt geldt dat, net als op heel veel andere plekken, niet.
Toch is dat het wel waar het om draait. Grip op de zaak. Dat is waar Nederland van top tot teen om draait. Dat zijn een beetje die kluitjes en rieten muurkastjes. Alles is hier in het land zo goed als tot in de puntjes geregeld. En daarom is er hier zelden tot nooit chaos. En daarom demonstreren we niet en daarom gebeurt er hier nooit iets. Want als er iets gebeurt, dan moeten mensen gemobiliseerd worden.
Er is eigenlijk wel ironisch, want we staan in Nederland ook muurvast. Het is een soort Cultuurfile, of een Filecultuur. Mooi woord. Allebei, haha. Maar wel waar. Natuurlijk staat elke A, E, of N op een bepaald punt in zijn bestaan en de meesten op heel veel dagelijkse punten van hun bestaan wel eens ergens vast. Als een soort patiënt met heel veel bloedstollingen in het aderstelsel. Aderverkalking, hartkloppingen, zo’n beetje alles wat roken en overgewicht ook teweeg brengen. En dat uit zich net als bij een mens niet alleen lichamelijk, maar ook altijd geestelijk. In ons geval betekent dat dat we vastlopen in gedachten vastlopen in handelingen, vastlopen in relaties, en vooral in onszelf. Nooit eerder hebben we het zo goed gehad. Iedereen die legaal in dit land verblijft, kan in principe doen en laten wat hij wil (binnen de grenzen van de wet, uiteraard). Alles is te kop, te huur te leen of te geef. En als je de centjes maar kunt ophoesten, zul je het krijgen ook. Dat geldt trouwens voor zowat alle rijke landen. Nee, voor alle rijke mensen. En toch worden we statistisch gezien met de dag depressiever, downer, neerslachtiger. Het is nooit goed genoeg, het is nooit mooi genoeg, veel genoeg. Dus zoeken we door, naar manieren om het beter te maken.
Het is eigenlijk gewoon de slogan van de belastingdienst, maar dan met een andere interpretatie. Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker. Is dat waar ons leven voor staat? Eigenlijk valt er niets meer uit te halen. Alles is er al en te denken dat er meer is, is een illusie. Wat alle reclamespotjes ons ook wijsmaken. De grenzen van wat leuk is, zijn bereikt, in alle mogelijke richtingen. En dus gaan we de grenzen ergens anders opzoeken. We gaan op zoek naar de grenzen van het gemak. En dat betekent zoveel mogelijk gedaan krijgen met zo min mogelijk moeite. Klinkt leuk, maar als je bedenkt hoe hard we tegelijkertijd wegrennen van die gemaksgrenzen, dan zou er ergens toch eens een lampje moeten gaan branden over waarom we daar eigenlijk zo hard naar op zoek zijn, die gemaksgrenzen. Bij mij gaan er per definitie altijd lampjes branden als we dingen doen zonder te weten waarom. Maar in dit geval lijkt het me ook voor de rest van de mensheid wel belangrijk.
Alles is dus al leuk en nou moet alles ook makkelijk gemaakt worden. Voor wie eigenlijk. Uiteraard, in eerste instantie voor onszelf. Want wij willen natuurlijk helemaal niets te maken hebben met de belastingdienst, tenzij we effe kunnen vangen. Maar voor de belastingdienst is het uiteraard ook een stuk makkelijker als zij zo min mogelijk met ons te maken hoeven te hebben. Dat scheelt een hoop gedoe. Maar ik dwaal alweer ontzettend af.
Want, waar ik heen wilde is dat we werken met een systeem waarin alles heel goed geregeld is. Als het niet nodig zou zijn om het waarheidsgehalte te controleren, zouden we in principe met één Sofietje al onze zaken op ieder willekeurig moment van de dag kunnen regelen, inzien, bijstellen en ordenen. En dat is volgens mij ook waar we heen gaan. Maar ik weet niet of ik dat wel wil. Ik ben geen Sofie, ik ben Mezelf. En dat wil ik graag ook zo houden. Dus temidden van al die formulieren die ik vanaf de dag dat ik die Unieke Persoonlijke Code aanvroeg, tot aan de dag dat ik mijn laatste levensadem uitblaas of geen burger meer van dit land ben, in willekeurige volgorde, zal ik een hele serie handelingen moeten plegen die allemaal gerelateerd zijn aan mijn Unieke Sofietje. Ik weet niet of ik dat wel wil.
Maar het is niet alleen Sofie, het is nog veel meer. Het is gewoon dat alles tot in de puntjes geregeld is. En dat voor alles ook wel een regeltje lijkt te bestaan. Of het nou gaat om heel grote dingen als moord en diefstal of om heel kleine dingetjes als een vlag ophangen of de buitenkant van je woning een verfbeurt geven. Voor alles wat je doet kun je wel naar de overheid stappen om te vragen wat de regels daarover zijn. En zodoende hebben we dus vanaf de stoel van de koningin, nou ja, eigenlijk dus die van de premier, want zelf voor de koningin is er een heel blik met regeltjes, waaronder de regel dat ze officieel niets over het land te zeggen heeft, een hele brei aan mensen en systemen die bepalen hoe we dingen hier regelen.
En dat dat erg goed geregeld is, blijkt wel uit het feit dat er bijna nooit iets onverwachts gebeurt. En als het wel gebeurt, dan komt het meteen in het nieuws. Maar aangezien die onverwachtheid zo klein is, komen er een heleboel, veel minder onverwachte dingen ook in het nieuws. En héél héél soms gebeurt er iets écht onverwachts, zoals de moord op Pim en Theo, of Elf September en de Bijlmerramp. En dan is het hele land in rep en roer. En dat is logisch, want zoiets kun je op geen enkele manier zien aankomen.
En dan heb je soms nog wat van die minder onverwachte dingen, zoals Volendam en Enschede, Volgelgriep en BSE (hé, dat rijmt!). Maar toch ook dingen die echt impact hebben en waar verder niets aan te doen valt. En dan heb je natuurlijk de verwachte onverwachte dingen, zoals voetbalrellen en relnichtrellen en koninginnedagrellen (hoewel die laatste drie eigenlijk al meer in de categorie verwachte onverwachte dingen vallen).
Maar voor al die onverwachte dingen is eigenlijk toch al wel een soort scenario bedacht door de overheid. En als het nog niet bedacht is, dan WORDT het nog wel bedacht. Ik denk aan de de proefballon over verplichte etiketjes die vermelden hoe brandbaar onze kleren zijn. Ja, want als ik vanavond naar de kroeg ga, dan ben ik blij dat ik weet dat als er een brand ontstaat en ik er middenin zit, ik in elk geval een t-shirt aanheb dat niet in één, maar pas na drie minuten opgebrand is. En reken maar dat ik in de winkel al loop te dubben of ik het nou wel of niet erop zal wagen. Gelukkig besloot men in dit geval er niet aan te beginnen. Al had dat meer te maken met de praktische en economische uitvoerbaarheid dan met de onzinnigheid van het idee.
Maar als het gaat om De eerste categorien, dan weet de overheid er wel raad mee. Daarom is het ook zo’n ramp dat de politie staakt. Want stel dat de boel uit de hand loopt. Dus wordt bij voorbaat maar besloten om heel wat wedstrijden af te gelasten, wordt besloten om dingen wel en niet door te laten gaan. Wordt besloten om Koninginnenacht af te schaffen, wordt besloten om iedereen voortaan met IDEEtjes op zak over straat te laten gaan, wordt besloten wat je wel en niet mag aantrekken op welke plekken, wordt zelfs besloten, zag ik net nog op het nieuws, waar, wanneer en hoe mannen elkaar in parken mogen ontmoeten voor intieme escapades. Ik weet niet of ik wel wil dat dat allemaal besloten wordt. Ik weet niet of ik daar wel zo’n behoefte aan heb.
Maar goed, ik heb er als Microburger uiteraard helemaal niets over te zeggen. Nou ja, ik zeg het wel, maar ik heb er evengoed niets over te besluiten. Ik niet, mijn buren niet, en voor zover ik weet, heeft niemand die ik ken dat wél. Dus kijk ik via de kijkbuis toe hoe ze als die dingen besluiten en denk er het mijne van. Maar aangezien ik daar nu al jaren het mijne van denk, begin ik toch voorzichtige conclusies te trekken over dat mijne wat ik daar van denk. En natuurlijk zit ik er niet op, niet op politiek, niet op bestuurskunde en al helemaal niet op beslissingen over regeltjes. En dat ik het wat me zo’n naar gevoel bezorgt. Dat is het waar ik die vinger maar niet op kon leggen.
Alles gebeurt om me heen en ik moet er maar blij mee zijn dat ik het zo goed heb hier en anders vooral maar oprotten naar mijn eigenland, ongeacht het feit dat ik al sinds mijn eerste ademteug Nederlands Staatsburger ben. Ik heb het maar te slikken en ik heb het maar te pikken en ik kan er helemaal niets aan doen. En dat straalt ook uit die magere opkomst bij demonstraties die naar iedereen weet geen ene snars uitmaakt. Dat straalt uit de ogen van mensen die om kloksgal vijf uur alweer een beetje richting het Centraal lopen, want die trein moet toch gehaald worden en om de file te omzeilen. Het is juist die Filecultuur die ons in een Cultuurfile heeft gebracht (héhé, het cirkeltje begint eindelijk rondingen te krijgen). Omdat alles wat we doen toch helemaal niets uit lijkt te maken.
Niet de opkomst op het plein, niet de polsbandjes die inmiddels aan elke kleur van de regenboog een betekenis hebben gegeven, niet de petities die getekend worden, niet de kettingmailtjes die wereldwijd zo massaal geforward worden dat bij sommige mensen zelfs in de Inbox een file is ontstaan. Maar het meest wrange van alles is nog dat juist dat ene ding dat we doen, dat ene ding waar we uiteindelijk allemaal onze identiteit aan zouden moeten ophangen, dat juist dat niets uit lijkt te maken. Hoezeer te mensen die er belang bij hebben ook mogen roepen van wel. Die dag die zich maar eens in de vier jaar doordoet. De dag waarop wij met zijn allen mogen beslissen welk handjevol mensen wél dingen mag doen die iets uit zouden kunnen maken. Juist op die dag dringt de wrangheid tot me door van hoe weinig het eigenlijk écht uitmaakt.
Natuurlijk blijf ik het wel doen, als was het maar om op zijn minst mijn bijdrage te hebben geleverd aan het voorkomen van het Wilderiaanse Rijk. Elke keer als ik daar sta en met mijn rode potlood dat rondje inkleur (ik probeer er zo lang mogelijk over te doen, zo lang mogelijk te ervaren dat dit het moment is waarop ik ook iets te zeggen heb over mijn wereld, meestal totdat iemand achter me een hardnekkig keelgeschraap ten gehore brengt), dringt het keihard tot me door dat ik er niet meer van kan maken dan die minder dan een halve minuut. (Als een vrouw met een zeer betreurenswaardig sexleven… ). En zelfs die dertig seconden stellen uiteindelijk nog minder voor dan de atomen van molecuul van een druppel op een gloeiende plaat.
En de overige vier maal driehonderdvijfenzestig min één dagen heb ik nog minder te betekenen in dit land. Want de tijden waarin mensen nog enigszins echt iets te betekenen hadden, die liggen inmiddels minstens één generatie achter me. Sterker nog, ik kan me niet eens herinneren dat ik ze bewust heb meegemaakt. Natuurlijk wordt daar in Sesamstraat niet over gepraat. En als er namen als Nelson Mandela en Jan Maat klinken, dan wist ik niet meer over hen dan dat ze in elk geval geen buren waren van Pino en Ieniemiene. Ik weet nog wel dat we heel vaak op heel veel plekken woonden, maar begreep pas later dat dat kwam omdat er geen huizen beschikbaar waren. Dat dat de reden was dat zoveel mensen niet wilden dat de prinses geen koningin mocht worden. Ik was te klein om te beseffen dat prinsessen nog veel meer deden dan hun haren kammen en op erwten slapen.
Nu ik dat soort dingen wel begin te begrijpen, vraag ik me dan ook af waarom niemand zich daar mee bezig lijkt te houden. Al was het maar uit principe. Alle onbegrip die er in mijn leven is ontstaan, heeft meestal te maken gehad met waarom mensen dingen wel en niet doen en laten. En als het gaat om personen, individuen, dan is dat nog to daar aan toe. Soms zijn er nou eenmaal sommige mensen. Maar juist als het op zo’n gigantische schaal gebeurt, of juist uitblijft, dan krab ik me weer eens tot bloedens toe achter de oren (figuurlijk, uiteraard). Is het allemaal niet erg meer? Want een heleboel van de punten die toen golden, zijn nog steeds actueel. Niet alleen de grote dingen, zoals het milieu en armoede, maar ook actuele dingen. Ik snap bij God niet waarom er niet massaal burgeropstanden uitbreken over dingen als Irak. Want je kan me nog zoveel vertellen, als je niet open en eerlijk bent over wat je doet, dan heb ik alle recht om daar grote vraagtekens bij te zetten. Want het is diezelfde overheid die van mij vraagt om op vier en vijf mei mijn respect te tonen aan de slachtoffers van met name de Tweede Wereldoorlog. Het is het hele systeem van herdenkingen en films en documentaires die me eraan moeten herinneren dat dit nooit meer mag gebeuren. En ik mag het misschien niet zeggen (nou ja, wettelijk mag het uiteraard wél, want dat is iets met vrijheid van meningsuiting, whatever that may be, maar binnen de grenzen van het algemeen fatsoen wordt het in elk geval op zijn minst als enigszins ongepast beschouwd), maar ik zeg het tóch: want als er één zin is die sinds ik weet over WOII altijd is blijven hangen, dan is het wel: ICH HABE ES NICHT GEWUSST. En vooral de smalende toon waarmee ik dat heb horen herhalen door mensen die vinden dat dat onzin is. Dat je zoiets wel had MOETEN weten. En natuurlijk mag ik die vergelijking binnen de grenzen van datzelfde algemene fatsoen niet maken, en feitelijk klopt dat volledig. Maar zoals ik al aangaf, gaat het mij veel meer om het principe. Het principe dat mijn overheid buiten mij om en vaak zelfs zonder mijn medeweten allerlei dingen kan en mag doen zonder dat ik daar ook maar iets over te zeggen heb. En tegelijkertijd moet ik accepteren dat het rondje dat ik met mijn rode potlood inkleurde, niets verandert aan het feit dat ik mijn huis nog steeds geen kleurtje mag geven. Aan het feit dat het van de overheid afhangt of mannen op bepaalde plekken in bepaalde parken op bepaalde tijdstippen bij elkaar komen om bepaalde andere mannen te ontmoeten voor intieme escapades. Het verandert zelfs niet aan het feit dat als bepaalde mensen zeggen dat ze vanwege bepaalde beperkingen bepaalde handelingen niet kunnen uitvoeren, dit pas bevestigd wordt als er uit die hele brei aan ambtenaren eentje doorgeeft dat die bepaalde persoon en diens bepaalde Sofietje inderdaad de waarheid spreekt. En of die bepaalde ambtenaar deze informatie over dit bepaalde Sofietje ook daadwerkelijk als zodanig overbrengt, daar heeft zo’n bepaald persoon wederom niets over te zeggen. Makkelijker kunnen we het niet maken…
Nou zijn er natuurlijk allerlei manieren om tóch een vinger in de ambtenarenbreipap te krijgen. Maar die manieren zijn doorgaans verbonden aan een zo mogelijk nóg dikkere brei aan regels, procedures en formulieren, dat de gemiddelde Microburger er doorgaans lang voor de krenten eruit gevist zijn, in dreigt te stikken en afhaakt. Want verenigen is best leuk, maar het is zo verdomd moeilijk voor elkaar te krijgen. Iedereen kan wel een vijftal redenen of regels waarom dingen niet kunnen, waarom ze ervoor kiezen om iets anders te doen. En hoe groter het besef is van hoe weinig het wel niet uitmaakt, hoe minder bereid mensen zijn om het te proberen. Als het dan toch geen zin heeft… En ja ook ik heb meestal wel iets anders of beters te doen.
En was ik zo ontzettend in de ban van die scholierenstaking. Niet zozeer om de inhoud, want dat stelde niet zo veel voor, denk ik. Voor de meesten ging het daar niet eens om (een enkele JP-kloon daargelaten), die kwamen vooral op het rumoer af. Maar wat mij zo ontzettend keihard in mijn gezicht klapte, was de simpelheid waarmee van het ene op het andere moment een massale beweging in gang gezet was. En vooral het gemak waarmee het gebeurd was. En de snelheid waarmee het gebeurd was. Ik denk dat er boven elke TV-omroep op dat moment een zeer groot vraagteken achter de uitroep HûH heeft gestaan. Net als boven vele stadhuizen, ministeries, onderwijsinstellingen en huishoudens.
Boven het mijne hing op dat moment een heel grote gele Smiley. Omdat die jongeren dat geflikt hadden en iedereen het nakijken hadden gegeven. Omdat ik warm van binnen werd bij de gedachte dat er tussen al foetale Sofietjes blijkbaar nog een heleboel zitten die nog wel geloven dat het wat uit zou kunnen maken. En die meteen daarop ook in actie komen om dat voor elkaar te krijgen. Die zich even helemaal niets aantrekken van schooltijden en repetities en te-laat-briefjes en leerplichtambtenaren. Die de bereidheid tonen om die consequenties op de koop toe te nemen omdat ze het een eerlijke prijs vinden, of in elk geval bereid zijn deze te betalen.
En dat het uiteindelijk niets heeft uitgehaald, maakt mij nu ook niet eens zoveel uit. Waar het mij vooral om gaat, is dat er blijkbaar ook nog een andere beweging gaande is in dit land. Een beweging die niet gestuurd wordt als een kudde vee die angstig voortgejaagd wordt door een groep door een paar herders. Maar juist een beweging van een sterke wolvenroedel die met een paar eenvoudige tekens de hele groep in beweging te krijgen. En natuurlijk zwermt daar een gigantische groep Hyena’s omheen, maar uiteindelijk hangt het slagen van de jacht af de daadkracht en scherpte van die ene roedel. En dus blinkt mijn Smiley als ik weet dat er ook in de aankomende generatie een groep is die zich niet in het blauw de naam Sofie door het oor laten naaien.
De geschiedenis heeft geleerd dat juist de jeugd vernieuwing met zich meebrengt, op bijna alle vlakken van het leven. En hoe fout het soms ook heeft uitgepakt, vernieuwing heeft in wezen toch altijd tot verbetering geleid. En juist nu, gebeurt het. Nu we allemaal niet meer lijken te weten waar we het moeten zoeken als het gaat om wat goed of beter is, nu we allemaal verbetering zoeken in gemak, in cumulatie en accumulatie, extensie en explosie, allemaal onder het mom van progressie, juist nu niemand zich meer lijkt af te vragen of dat juist niet het grootste gevaar is wat ons boven het hoofd hangt. Want dat de grenzen van wat de maatschappij aankan, in zicht beginnen de komen, lijkt me evident. En dan heb ik het helemaal niet over terreur en extremisme. Dat zijn in mijn ogen uitwassen. Of eventueel symptomen van iets veel fundamentelers. Maar als ik kijk naar wat een maatschappij als geheel aankan als het gaat om druk, pressie en expansie, dan doemt bij mij eerder het beeld op van Mount St Helens (tigentigtig keer herhaald op NGC). Dat het steeds duidelijker wordt dat er iets aan de hand is, maar niemand er echt zijn vinger op kan leggen, behalve een paar natuurfreaks waar toch niemand naar luistert. Of is dat meer een beetje Deep Impact Armageddon? Maar ik denk aan de beurscrises, de zorgproblemen, de opvangproblemen, de hypotheekrente, de onderwijsproblemen en al die dingetjes die kabinet na kabinet maar blijven knagen en maar niet opgelost worden. En eigenlijk steeds maar erger worden. En niemand die er echt iets aan doet, behalve dat er door dat handjevol mensen dat wel dingen mag doen die iets uitmaken, oeverloos over gepraat wordt, in toenemende mate naarmate het moment dichterbij komt waarop alle andere mensen in het land met dat rode potloodje dat kleine cirkeltje mogen inkleuren. Juist in deze tijd waarin mijn inbreng over wat er allemaal gaande is om mij heen verworden is tot een kleuterige activiteit die binnen een minuut uit te voeren is, gebeurt er eindelijk iets dat ruikt naar een echte omslag. Iets meer dan een rotonde, een tunnel of een stoplicht om de Cultuurfile op te lossen. Maar een totaal nieuwe Filecultuur die niemand ziet aankomen, omdat hij niets te maken heeft met die ellenlange rij blikken voor achter, links en rechts van je. Die Filecultuur stijgt daar bovenuit. Ik denk ineens aan het eerste liedje dat ik leerde op de middelbare school. Hoog Sammie, kijk omhoog Sammie!
Dus terwijl te agenten staken en er daarmee voor zorgen dat heel veel mensen zich heel erg druk gaan maken om het heel erge feit dat er negentig heel erg belangrijke minuten verloren gaan en veel minder mensen zich druk maken om het schijnbaar veel minder belangrijke feit dat die agenten staken om het feit dat zij nog heel veel dagen van hun leven heel veel minuten moeten zorgen dat niet alleen die negentig minuten, maar ook de resterende dertienhonderdenvijftig minuten van de dag zonder al te veel problemen verlopen en dat zij voor die heel erg belangrijke taak heel erg weinig geld krijgen, kijk ik omhoog naar boven het dak boven de Arena waarin Ajax niet zal spelen tegen PSV (dat zouden ze sowieso niet, omdat het morgen een uitwedstrijd zou zijn, maar goed) en naar de donkergrijze lucht erboven en zie voor me hoe er ineens van onder de grasmat door uit de tunnel een nieuwe rijstrook opdoemt, waarover een nieuwe generatie Amsterdammers in een nieuw soort vervoermiddel op zoek gaat naar gelijkgestemden om samen die grote wereld mee te verkennen. Nog even kijken ze omlaag naar de morrende de massa onder hen, die doodongelukkig niets onderneemt om voor eens en altijd uit die eindeloze stapvoets voortschrijdende bliktrein te stappen, maar dan is hun eigen blik weer gericht op alle mogelijke plekken waar ze heen zouden kunnen gaan. En zonder verder te wikken of wegen geven ze gas (of die andere milieuvriendelijke brandstof die speciaal voor dit type voertuig is ontwikkeld.
En ergens zie ik in waarom die eeuwig en altijd als kansloos in het verdomhoekje geplaatste jeugd van tegenwoordig uiteindelijk toch altijd de reden van ons bestaan is. Omdat er ergens op de een of andere manier toch altijd eentje tussen zit die in een fractie van een seconde dan wel een simpele muisklik in staat is om met een nieuw initiatief de hele file weer in beweging te brengen. Al was het maar voor even.