Een Onaangenaam Wassabi-Gevoel

Eigenlijk zou ik elke dag een vraag moeten stellen. Om ook maar een beetje in de buurt te komen van een balans tussen vraag en antwoord. Laat ik het anders zeggen. Als elke vraag daadwerkelijk alleen maar nieuwe vragen oplevert en mijn kennisgebrek zich dus als een oneindige expansie uitbreidt in de loop van mijn leven, dan kan ik maar beter heel snel beginnen met het stellen. Of vooral te beginnen met het zoeken naar antwoorden. En inderdaad, als ik mijn hersenen vergelijk met een computer, dan begin het RAM-gedeelte aardig vol te raken.

Llorona. Vandaag is het zo’n dag dat ik niet de moeite neem om een lijn te brengen in mijn gedachten. Ik laat ze komen zoals ze komen. En op dit moment zingt op Radio 6 iemand Llorona. Waarom dat ik zou ik misschien kunnen begrijpen als ik Spaans sprak. Maar dat doe ik nog steeds niet. Het RAM-gedeelte raakt dus vol en ik voel me ontzettend afgeleid van waar ik het over het, omdat ik intussen evenwel verwoede pogingen doe om het toch te kunnen verstaan. La Flores, te Cuando, para des. Het zijn allemaal die kleine woordjes die net weglaten waar het over gaat. Eigenlijk een beetje smurfentaal, behalve dat ik zelfs dat beter versta dan Spaans.

Smurfen is trouwens best leuk. Toen ik nog iemand anders was, schreef ik over de domino-day. Maar dat ben ik nu kwijt geraakt. Ik weet nu al niet meer of dit wel zo’n goed idee is, mijn gedachten honderd procent de vrije loop te laten. Voor mij is het allerduidelijkst. Maar ik ben net de enige lezer. En als het voor andere lezers teruggebracht wordt tot een verzameling woorden die weliswaar grammaticaal goed verbonden zijn maar inhoudelijk weinig verlichting brengen, dan is het eigenlijk net zo zinloos als helemaal niet denken.

Dus terug naar de volle RAM, de reden dat ik altijd maar moet schrijven. Als je dingen niet opruimt, krijg je chaos, ook in je hoofd als je mij bent. Chaos zoals ik die nu ervaar. Maar als je de dingen opruimt, dan merk je dat je hoofd niet veel anders werkt dan de afwas. Want hoezeer je hem met hoeveel toewijding ook dagelijks doet, morgen is hij er weer, waarschijnlijk in een net iets even andere samenstelling, maar in essentie toch vooral in het wezen van zichzelf: afwas. En denken dus ook. Dan heb je eindelijk alles uitgedacht, hoewel, dat natuurlijk nooit echt zo is, behalve misschien als je eindelijk slaapt. Maar dan heb je in elk geval geen reden meer om te stoppen met denken.

Ik heb het wel eens geprobeerd geloof ik, toen ik wilde leren mediteren. Dan moet je je hoofd leegmaken en je concentreren op niets. Ik ben uren bezig geweest met mijn hoofd leeg te maken. Maar dat lukte dus nooit. Mooie reden om eens te gaan opzoeken hoe je dat eigenlijk moet aandoen. Ja, je concentreren op je ademhaling. Por el mundo Mio! Maar als ik me concentreer op mijn ademhaling, dan moet ik daar ook over nadenken. Zelfs als ik het niet probeer. Zelfs als ik heel hardnekkig alleen maar de woorden in en uit door mijn hoofd laat gaan.

Stiekem gaan mijn hersenen dan evengoed bedenken welke van die twee woorden het langst is of welke het mooist en welke het bijzonderst en wat je allemaal met de letters kunt doen en dan denken ze ineens nee, NIET nadenken. In en uit en in en uit, maar toch MOET ik nu weten welke woorden je ermee kunt maken. Innuit, nee, want dan heb je een n teveel. Tuin I, Tinui, nuit I, intui. En dan denk ik dat dat laatste woord nog wel ergens naar klinkt. Naar etui, bijvoorbeeld en waar komt dat woord eigenlijk vandaan? Zou het net als emigratie werken en dus een afgeleide zijn van tui en wat zou tui van betekenen? Neeeee! NIET NADENKEN!

Dus.

Maar ik hoef ook niet per se te mediteren. Behalve dat je dat weer nodig hebt om met je diepste ik in contact te komen. En als er iemand is waar ik wel benieuwd naar ben, dan is het wel mijn diepste ik. Wie de fcuk ben jij dan? Maar ik denk dat het niet voor mij is weggelegd. Mediteren, welteverstaan.

Op een dag ben ik een oud vrouwtje dat praat met dode katten. Als het zover is gekomen, betekent dat dat de euthanasiewet niet alleen is afgeschaft, maar dat op overtreding de doodstraf is komen te staan. Hoe ironisch. Maar die dode katten ergeren zich levend aan dat oeverloze gezeik over niets of woorden die je van in en uit zou kunnen maken. Die katten beginnen gezamenlijk een kattenverbond voor de herinvoering van de euthanasiewet. Het komt hen dan ook zeer goed uit dat kabinet Balkenende X (na de zesde termijn is men opgehouden met tellen) hier toch weer op terug wil komen, onder het mom van modernisering, maar toch vooral omdat de kosten van de vergrijzing (de term ontjonging zou inmiddels nog veel gespaster zijn, aangezien vijftig-minners intussen tot een minderheidsgroep is teruggebracht).

Via een slimme constructie wordt na de verkiezingen door de informateur gezorgd dat de voor de voor de hand liggende keuze verworpen wordt. De formateur heeft intussen onderhandeling gestart met D66 die ongeveer een halve eeuw na hun oprichting EINDELIJK weer eens maag meeregeren, heeft ditmaal gekozen voor de peiler van het Gekozen Overlijden. Hoewel Partij Balkenende daar fronsend naar kijkt, worden ze naarmate het regeren dichterbij komt, toch milder en stemmen uiteindelijk met een waslijst aan kanttekeningen in. Maar dat deze waslijst uiteindelijk net zo min wijzigingen met zich meebrengt als het veranderen van de Europese Grondwet in iets waar geen referendum over gehouden hoeft te worden, komt als mosterd na de maaltijd. In de volksmond beter bekend als Balkenendes Toetje, omdat hij de enige is die na het zout deze nog veel wrange smaak weet te verwarren met zoet, en zodoende de enige is die na de zware maaltijd weet te genieten van een onaangenaam wassabi-gevoel.

Het Netwerk van Nova Zembla, zoals de noodlijdende publieke omroep het triple-gefuseerde actualiteitenprogramma is gaan noemen, meldt simpelweg dat de Euthanasie-Proefballon vandaag van kracht wordt en wat dit betekent voor Jan uit de gemeente Klaassen. Hier moet bij vermeld worden dat Proefballonnen inmiddels veel meer zijn dan ondoordachte dingen die in de Tweede Kamer gezegd worden. Proefballonnen zijn wetsvoorstellen die bij voorbaat in werking treden, maar pas officieel van kracht worden als ze blijken te werken. Dus er zal worden gekeken of de volksbalans inderdaad verbetert, voor de wet wordt aangenomen. Dit zal uiteindelijk waarschijnlijk toch pas in Balkenende X gebeuren.

Tijdens die bijzondere kabinetstermijn komt er namelijk een lobbygroep opzetten die voor het eerst sinds Pim Fortuyn ook echt een mogelijke verandering in zicht brengen. Maar net als bij de partij van de Dieren zou ook deze groep uiteindelijk ten onder gaan aan tunnelvisie. Bovendien had de overheid inmiddels zoveel concurrentie van gesponsorde bewegingen, in het eerste decennium van het tweede millenium ingezet door een afvallige politica, dat regeren vooral een kwestie van onderhandelen was geworden. Maar aangezien deze Bewegingen geen officiële machtsstatus hadden, konden ze ook niet worden aangepakt. Daarvoor waren wetswijzigingen nodig, die de meeste politici niet durfden voor te stellen, uit angst voor verlies van hun achterban, die op hun beurt weer waren verbonden aan veel van die Bewegingen.

Hoe het ook zij, in de waslijst die Balkenende toevoegde aan de Speerpuntproefballon van D66, was onder meer opgenomen dat Gekozen Overlijden wél een optie moest zijn voor mensen die het risico liepen al sprekende dode katten tot leven te wekken. En door dat punt in de waslijst kwam een eind aan een van de vele Bewegingen die de Tsunami van Bewegingen, zoals die periode was gaan heten.

Dat was even in het kader van Fixy, omdat ik daar zo weinig mee doe, meestal. Verder geldt eigenlijk nog steeds die vrije gedachteloop. Maar ik zei al dat het me eigenlijk niet zo’n goed idee leek. Het is eigenlijk wel vrij genoeg zo, vind ik.

Gepubliceerd in: on 2008, maart 30, at 1:06 am Laat een reactie achter

De Hongerwinter van 1953

De man die ik een paar uur geleden sprak, zal waarschijnlijk de top vijf halen van meest interessante mensen die ik in het jaar 2008 ontmoet heb. Maar wat zeker nu al de top één gehaald heeft, is de “toevalligheid” van onze ontmoeting. Niets, daadwerkelijk NIETS had mij op dat moment ervan kunnen overtuigen dat er tussen het moment dat ik hem aansprak en ons afscheid meer dan vijf minuten zouden zitten.

Nou ja, daar ga ik al meteen de mist in, want ergens zou ik daar op basis van mijn ervaring en persoon al keihard tegenin moeten gaan. Ik zou beter moeten weten. Maar toch, op het moment dat het gebeurde, had ik dat totaal niet voorzien. En zo kom ik net thuis van een van de meest verlichtende gesprekken die ik in mijn leven heb gehad. En het begon allemaal met iets simpels.

Ik hoef niemand te vertellen dat het op deze tweede paasdag wel uitzonderlijk koud is. Niets doet herinneren aan de jeugd waarin ik in korte mouwen tussen gras en bomen naarstig joeg naar zichtbaar verstopte eieren. Zodoende ging het gesprek van de dag nóg meer dan je als niet-Nederlander voor mogelijk houdt, over het Weer .

Zodoende ook merkte ik op dat de man die ik later op de avond zou aanspreken, het ook wel koud had. En ik kon nog net het uitspreken van een zich daarop aandienende gedachte voorkomen. Maar de gedachte was inmiddels al mijn hoofd ingevlogen en bleef daar minstens net zo hardnekkig zitten. Dus misschien was het wel die hardnekkigheid, misschien één van mijn eeuwige plotselinge opwellingen, misschien (en ik het kader van de op voet zijnde afschaffing van toevalligheden is dat niet eens zo’n heel vreemde gedachte, en in het kader van het gesprek dat erop volgde misschien zelfs volstrekt logisch) was het iets anders, maar voor ik wist dat ik het besloten had, stond ik op om de gedachte van eerder op die avond met de man te delen.

Dus had ik er ook pas erg in toen de woorden mijn mond reeds verlaten hadden:

“Mag ik u wat vragen?”

“ Heeft u de Hongerwinter meegemaakt?”

Twee zinnen die ik weet niet welke reactie bij de vreemdeling hadden kunnen oproepen. En terwijl dat besef begon te dagen tijdens het uitspreken van het woord meegemaakt, kwam er een nog grotere woordenstroom uit mijn strot gespoeld. Dus in plaats van mezelf eraan te herinneren dat ik wel heel erg vaak de neiging heb om pas veel te laat te bedenken wat ik aan het doen ben en dat dit meestal momenten zijn waarop mijn bewustzijn midden in mijn eigen geratel letterlijk aan de rem trekt en ik mezelf midden in een zin de mond snoer, ging ik door.

Nu om op de mij zo kenmerkende veel te uitgebreide wijze iets heel simpels uit te leggen. Hoe ik daar had zitten denken dat het wel heel erg koud was toen ik die man zag en hoe ik bedacht hij daar vast anders over zou nadenken omdat het tijdens de Hongerwinter nog veel kouder was geweest. Hoe ik vervolgens bedacht dat het maar goed was dat ik dat laatste niet hardop gedacht had, omdat die man dat wel eens heel verkeerd zou kunnen opvatten en dat ik dat absoluut niet zo bedoeld had, maar dat het kwam doordat het zo koud was.

En ik zou hebben doorgerateld over hoe ik me in de jaartallen vergist had en dus had bedacht dat niet de Hongerwinter, maar de Watersnoodramp in 1953 was geweest en dat ik die man in mijn gedachten dus per ongeluk veel ouder had ingeschat dan ik had bedoeld. Maar toen was daar weer mijn bewustzijn. En ik stopte midden in mijn zin en vroeg me af hoe ik zelf zou reageren als iemand met zo’n verhaal op me afkwam terwijl ik net aanstalten maakte om te vertrekken. Mijn linkerwenkbrauw fronste al bij het idee, maar de rechter ging mee omhoog toen ik de reactie van de man hoorde. Ook hij sprak twee zinnen.

“Dat was inderdaad koud, ja”

was de eerste zin en achteraf glimlach ik breed om het besef van de humor van de droogheid waarmee hij die zin uitsprak. Maar toen kon dat niet tot me doordringen, want nog los van het feit dat ik dat antwoord zeker niet verwacht had, kwam er iets nog veel onverwachter achteraan.

“Maar het is grappig dat je dat vraagt…”

En die zin luidde een totaal andere wending van die dag in. Al met een bijzondere dag. Vooral als ik bedenk dat de dag begon in IKEA, het Walhalla van Kansloosheid. Tussen al die mensen die allemaal per se op deze specifieke dag op die specifieke plek wilden zijn bedacht ik dat we wel erg ver heen zijn met zijn allen. Maar blijkbaar leek het een heleboel mensen een heel goed idee om voor elf uur ’s ochtends daar een ontbijtje te delen. Ik wist op dat moment niet hoe snel ik er weg moest komen, wel dat. En via een lange omzwerving, waarin ik een prachtige kerk van binnen heb bekeken, een heel mooi moment van vriendschap gedeeld heb en ook eens een film gezien over de wereld waarin mijn ouders hun eerste volwassen jaren in doorbrachten. Uit die film is één zin me bijgebleven en in het kader van deze bijzondere dag, maar vooral in het kader van het hoogtepunt van die dag dat begon met die bizarre uitsfloepvraag, wil ik het hiermee voor altijd herdenken door ermee af te sluiten. (Ook omdat ik gisteren een bijna dergelijke zin bedacht en omdat toevalligheid is afgeschaft).

“Als ik naar bed ga ben ik een ander mens dan degene die diezelfde ochtend opstond. Elke dag”

(van dat laatste weet ik trouwens niet zeker of ik het er niet zelf bij heb gedacht, maar goed, het was in ieder geval wel zo bedoeld).

En tot slot, omdat ik altijd de goede hoop blijf houden dat ik al dit geblog op een goede dag eens terug zal lezen, wederom een note to myself om nog iets te doen met die theorie over de kip en het ei. Volgens mij had ik daar een oplossing voor bedacht, maar vergeten op te schrijven.

En tot eindslot, omdat ik het toch wil houden bij waar het nou echt om ging, een laatste woord speciaal voor de man van de Hongerwinter van 1953:

Bedankt, Duizend Maal

Yo Dokus Kwak

Waarom het gebeurde, weet ik niet, maar dat het gebeurde is meer dan een voldongen feit: al uren zit één en hetzelfde liedje in mijn hoofd, en zoals altijd wanneer dat fenomeen zich ongevraagd aandient, is het geen liedje waar ik zelf voor zou hebben gekozen. Het is namelijk: ik ben vandaag zo vrolijk zo vrolijk zo vrolijk, ik ben behoorlijk vrolijk, zo vrolijk was ik nooit, de tv-tune van die ene eend, Yo Dokus Kwak. Voor iemand die van diepgang houdt, is dat natuurlijk een dooddoener.

Maar eruit gaan wil hij niet. Waarom? Ik kan niet zeggen dat vandaag nou zo’n vrolijke dag was. De heeeeele dag regen, onderweg een lekke band, waardoor ik ook nog eens door de stromende regen met mijn fiets aan de hand moest lopen, veel te veel woorden verspild in gesprekken over Geert. (Wanneer gaan wij als land nou eens echt opstaan en een massaal blok van stilzwijgen tegen die gozer vormen?) En tot overmaat van ramp ook nog eens een keer voor een gesloten deur gestaan toen ik eindelijk mijn plaats van bestemming bereikt had.

Maar misschien ben ik onbewust inderdaad wel erg vrolijk. Want het was ook een van die zeldzame mooie dagen waarop mensen vriendelijk zijn. Allemaal. Om te beginnen waren er die twee agentjes, die mij hielpen de band op te pompen toen hij lek bleek te zijn. Je weet wel, twee van die jonge kereltjes, vers van de academie. Laat ik het daar maar even over hebben, want het is zo’n dag waarop ik daadwerkelijk niets te melden heb en beter mijn mond zou kunnen houden…

Het valt me de laatste tijd steeds vaker op dat er wel heel erg veel heel jonge agenten rondzwermen, écht vers van de academie, omdat ze er meestal uitzien alsof ze twee jaar geleden nog leerplichtig waren. Om te beginnen waren er die twee die mij een boete gaven voor fietsen zonder licht. Nou kun je daar van alles over zeggen, met name dat het gewoon wettelijk verplicht is en dat je geen poot hebt om op te staan als je daarvoor de rekening gepresenteerd krijgt. Maar ik heb daar zelf zo’n beetje een eigen mening over.

Want ik rijd al sinds jaar en dag zonder licht. Om geen enkele andere reden dan dat ik dat licht ook niet heb. Er is mij nog nooit iets overkomen, ondanks dat gebrek aan licht en ergens denk ik niet dat dit slechts puur toeval is. Er is mij al fietsende door het leven maar twee keer iets overkomen, en beide keren had dat niets met mijn verlichting te maken. De keer dat die taxi me van mijn sokken reed, was het vier uur ’s middags in de zomer, dus mijn lamp zou per definitie niet op hebben gekund tegen de zon. De andere keer is het misschien zelfs andersom. Want ik was wel erg goed zichtbaar voor het tweetal dat mij toen beroofde. Maar alle andere keren had ik geen licht.

Maar er is meer wat ik erover denk. Ik woon in het enige stadsdeel van Amsterdam dat ontworpen is op het principe van fietsvriendelijkheid. Elk pad dat is aangelegd, de hele infrastructuur stond in het teken van scheiding van fiets- en autoverkeer. Er waren toen ik hier kwam wonen maar een paar plekken waar autowegen en fitspaden elkaar troffen. Dit principe is in het afgelopen decennium drastisch onderuit gehaald door alle nieuwbouwprojecten, maar de Bijlmer blijft toch een van de meest fietsvriendelijke buurten die ik ken in de hele omgeving. Dus die lichtplicht waar de laatste jaren zo op gehamerd is, heeft hier bijna geen meerwaarde. Ik zou überhaupt wel willen weten hoeveel fietsongevallen er in de Bijlmer gebeurd zijn. Volgens mij zo weinig dat 3VO (heten ze nog zo? Ik heb er wel erg lang niks van gehoord) ons op nummer één zou hebben geplaatst als ze ooit een top tien zouden maken. Dus ik vind het eigenlijk niet zo belangrijk, dat licht. Maar laat ik dat maar niet hardop schrijven, want ik krijg het hele land over me heen…

Hoe het ook zij, de jonge agent die mij beboette, dacht daar anders over. Meer dan honderd meter was ik van hem vandaan toen ik doorhad wat er gaande was. Zijn collega was druk aan het pennen bij een andere afgestapte fietser. De agent, die mij net zo snel gezien had als ik hem, kwam me tegemoet lopen en voor de gezelligheid besloot ik maar vast af te stappen en het hele eind rustig naar hem toe te lopen. En toen begon het gesprek.

U rijdt zonder licht.

Inderdaad.

Dat mag niet

Dat weet ik

U heeft wel een lamp

Ja

Maar de dynamo is kapot

Ja

U weet toch dat het gevaarlijk is

Ja

Levensgevaarlijk

… (ik moest hier even over nadenken, over hoe levensgevaarlijk ik wel niet bezig was, al fietsende op dat verlaagde, van alle autowegen afgeschermde fietspad. Uiteindelijk besloot ik het woord maar te herhalen.)

Levensgevaarlijk.

En toch fiets u zonder licht. Mag ik vragen waarom?

Ik twijfelde weer even. Ik zou hem de waarheid kunnen vertellen, maar ik had niet het idee dat hij er erg voor open zou staan. Uiteindelijk besloot ik het toch maar te doen; in het kader van mijn nieuwe voornemen om altijd mezelf te zijn en dus ook eerlijk, vond ik dat dit ook voor deze situatie gold. Dus probeerde ik uit te leggen dat het om financiële redenen was. Maar zoals ik verwacht had, kon hij daar geen begrip voor opbrengen.

Te duur?

Ja

Ik weet toevallig dat je ze hier op de markt kunt kopen voor vijf euro.

Sterker nog, bij het Kruidvat kun je ze al voor twee negen en negentig krijgen.

Dat is toch veel goedkoper dan die boete?

Ja

Nu krijg je een rekening van twintig euro, dat is veel meer dan die lampjes.

Ja, een paar keer meer.

En het is bovendien nog veel veiliger.

Ja

Voor zo weinig geld had je je die moeite kunnen besparen.

Ja

Hij preekte nog wat door, terwijl ik in mijn tas op zoek ging naar mijn identiteitsbewijs. Ik had net boodschappen gedaan en die tussen al mijn andere spullen gepropt, dus stond ik nu midden op de weg met een paprika, een broccoli en een pak yoghurt in de ene hand met de andere te grabbelen tussen de sleutels, macaroni, bospeen, en andere troep. Maar uiteindelijk voelde ik het A-5je en trok hem eruit. Ik bedacht me dat hij me wel eens bijdehand zou kunnen vinden, met al dat ge-ja. Het was niet mijn bedoeling geweest om kortaf te zijn, maar ik had zo’n rotdag gehad en ook nog eens een zware tas met boodschappen en onwijze honger, want ik had de hele dag nog niet gegeten. En bovendien wist ik daadwerkelijk niet wat ik moest zeggen. Ik was nog zo verbaasd over het feit dat er hier in de Bijlmer daadwerkelijk gecontroleerd werd op fietslicht. Van alle dingen waar de politie zich mee bezig kan houden, kiezen ze uitgerekend dát uit. Dus meer dan ja en dat weet ik kwam er echt niet uit.

De agent overlegde nog even met zijn collega en kwam toen terug met de gele bon. En weer zei hij iets wat ik totaal niet verwachtte.

Je kunt nog een bezwaar indienen.

Eh, waar zou ik dan bezwaar op moeten hebben?

Op de boete.

De boete voor fietsen zonder licht…

Ja, je kan nog bezwaar maken.

Ik wist weer niet wat ik moest zeggen. En dus zei ik oke. Ik deed het gele briefje in mijn paspoort en propte het samen met de paprika, yoghurt en broccoli weer in mijn tas. De agent zei nog iets. Dat ik de rest van het stuk moest lopen. Dus hinkten ik, tas en fiets met zijn drieën naar huis. Ineens durfde ik niet meer buiten beeld tóch op de fiets te stappen en gewoon lekker weg te fietsen. Vroeger zou ik het wel gedaan hebben, maar dit zijn andere tijden. Bovendien was ik nog steeds te verbaasd ver het feit dat ik voor het eerst van mijn leven in de Bijlmer een lichtcontrole had meegemaakt en daar ook nog een s voor op de bon geslingerd was.

Maar tijdens het lopen dacht ik erover na. Over die jonge agenten die zo hun best doen om alles volgens de regels te doen. Ergens vind ik het heel erg aandoenlijk om ze bezig te zien. Net als die twee die me vandaag hielpen. En ze hadden ook helemaal gelijk, daar ging het me niet om. Ik vind het prima om een boete te krijgen als ik zonder verlichting fiets (nou ja, prima gaat een beetje ver, natuurlijk. Ik denk er het mijne van en ik vind het ook niet echt nodig), want dat iedereen verplicht is om met een niet-knipperend stel lampjes over straat te gaan bij gebruik van een fiets of ander voertuig op wielen, daar bestaat voor mij geen onduidelijkheid over. Wat voor bezwaar zou ik daar nou op tegen kunnen hebben. Maar dat was wel twintig euro, dus een week boodschappen, die ik in die vijf minuten kwijt was geraakt. Dus om de prekende diender en mijn porte-mon-nee een plezier te doen, besloot ik om de volgende maand lampjes aan te schaffen en daarmee mijn bijdrage te leveren aan de veiligheid op de weg. Die jongen deed ook maar zijn werk en ergens heeft hij hartstikke gelijk over het gevaar, al waren plaats nog tijdstip van de bekeuring daar een teken van.

En van de week was er natuurlijk die verschrikkelijke schietpartij in Venserpolder. Dus weer zag ik vele agenten in actie. Wat er precies gebeurd was, weet ik niet, maar toen ik op de plek aankwam, was er een groot stuk van de weg afgezet en ook het metrostation was afgesloten. En allerlei verschillende soorten agenten kiepen er rond. In witte maanpakken, eentje met een speurhond, een busje van het calamiteitenteam, een soort caravanbusje, en een heleboel gewone politiewagens. En natuurlijk die tent waaronder het lichaam lag. Zo’n blauwe tent, net als bij Theo.

En overal agenten om de plek vrij te houden voor onderzoek. Dat vertelde eentje me, toen ik vroeg wat er precies aan de hand was. En dat duurde maar voort en voort. Het was die nacht van de storm en de wind raasde echt door de straat. Maar alle politiemensen werkten uren achter elkaar door. Elke kiezelsteentje werd belicht, beroken (door de hond, uiteraard, gefotografeerd, er werden monsters genomen (denk ik), metingen gedaan en ga zo maar door. En één van die agenten had dus als taak om mensen op afstand te houden. En hij stond op het meest winderige plekje in de hele crime scene. Je kon dwars door zijn gele hesje en politiejas heen de contouren van zijn rug zien, zo hard woei het. (By the way, er is op dit moment een héél tof nummer aan het spelen op Radio 6, een soort jazz-gipsy met viool. Het klinkt zo gezellig dat ik er bijna bij wil gaan zitten. Note to myself dat ik zo even moet opschrijven welke band dat is, als ze dat tenminste gaan vertellen)

Maar die man bleef daar onverstoorbaar staan, ook al was er helemaal niets te doen en was er behalve ikzelf en nog wat andere omstanders verder helemaal niemand op straat in dat hondenweer. En toch stond hij daar zijn mannetje, uur na uur na uur. Want het duurde echt heel erg lang. In CSI gaat dat altijd heel snel en komen de detectives en als ze een beetje met hun zaklamp geschenen hebben en met hun pincet wat haartjes uit tapijt geplukt hebben, roepen ze binnen tien minuten dat de scene opgeleverd mag worden. Maar dit duurde echt heel lag. Als de moord echt om zeven uur gepleegd is, dan hebben al die mensen zes uur lang op die plek gestaan. Want pas om half één reden de laatste auto’s weg. Al die tijd hadden ze daar in de gierende wind gestaan om iets wat andere mensen elkaar hadden aangedaan. En toen zei ik op zijn Ali G‘s: RESPECT.

En meteen snapte ik dat ze vroegen om een salarisverhoging. En ik steun ze daar volledig in. Want het is geen fijn werk en het is ook niet echt meer dankbaar werk, tegenwoordig. Want geloof me, als ik een ander type was geweest, dan had ik die boete ook wel anders in ontvangst genomen. En dan dit gebeuren, urenlang zonder dat ik een van hen ook maar een seconde heb horen klagen over de kou, of dat het lang duurde of wat dan ook. Ze deden echt allemaal gewoon hun werk, hoe naar en onsmakelijk het ook was. Want dat was het. Nog steeds krijg ik een bittere smaak als ik eraan terugdenk. De stroperige rode plas op het asfalt was het enige dat er was overgebleven na al die uren werk.

Maar helaas kan de minister niets anders doen dan hen met een kluitje in het riet sturen. Want als ze het werk van de politie beter gaat waarderen, dan willen de mensen in het onderwijs ook meer waardering en dan de mensen in de zorg en in de andere ambten. En voor zoveel waardering is natuurlijk geen geld. Dus met iets meer dan niets zullen ze het moeten doen. En ondanks hun volharding hebben ook zij uiteindelijk ingezien dat ze dat dan maar moeten slikken en de volgende dag gewoon weer anderhalve boete uitschrijven aan een wetsovertreder.

Vandaar dat ik het zo bijzonder vond dat die twee mij vanmiddag zo vriendelijk hielpen en zelfs de band voor me oppompten. Het is weliswaar geen uitzichtloze carrière, maar wel eentje waarbij je in dienst van anderen een hele hoop shit over je heen krijgt. En dan toch vriendelijk blijven. Once again: Respect!

Aan de andere kant heeft geen van die agenten kunnen voorkomen dat mijn beide lampjes eergisteren van mijn fiets gestolen zijn en ik voorlopig dus weer levensgevaarlijke toeren zal gaan uithalen op de openbare weg…

Beetlejuice…Beetlejuice…Beetlejuice… ???

Ik ga toch nog even door op eergisteren. Of misschien ook niet, want misschien heeft het er totaal niets mee te maken en is het weer eens PUUR TOEVAL. Maar ik doe niet aan toeval. Dat trekt mijn brein niet. Dus ga ik er van uit dat het wel degelijk iets te maken heeft met die gedachte over het Waarom Nu.

Want wat gebeurt er nog meer nu? Nou, vandaag hoor ik op het nieuws dat er druk gepraat wordt over het verbod op godslastering, artikel 43 geloof ik, iets en veertig, in elk geval. En dan hoor ik Femke zeggen “een God kan je niet beledigen, een mens wel.” En natuurlijk is dat een heel legitiem argument. Ik heb ik weet niet hoe vaak verdomme achter Gods naam geroepen, maar heb eigenlijk alleen van anderen gehoord hoe erg hij daardoor beledigd is.

Ik heb in mijn jonge jaren het natuurlijk wel eens uitgeprobeerd, zoals ik ook stiekem als niemand me kon horen drie keer achter elkaar Beetlejuice of there’s no place like home heb gepreveld. Maar net als toen gebeurde er helemaal niets. Geen fatale bliksemschicht vanuit de wolken, de grond scheurde niet open onder mijn benen en ik kreeg net zo min een acute hartstilstand. Wel kloppingen, maar die hadden meer te maken met de spanning van wat komen zou. Helemaal niets dus.

Nou is het natuurlijk nog altijd mogelijk dat ik op een dag dood ga (sterker nog, dat eerste is gewoon een feit en een kwestie van tijd) en dat ik na die meest bijzondere gebeurtenis in mijn hele leven erachter kom dat op de dood een vergrote versie van het overheidsapparaat volgt, waarin ik niet alleen met Sofie en Digi-Day over de brug moeten komen, maar na het eeuwige invullen van eindeloze gegevens uiteindelijk stuit op een formulier met de vraag hoe vaak ik God beledigd heb. En dat ik dan pas ontdek op hoeveel manieren het wel niet makkelijker gemaakt kan worden…

En dat, hoewel dat hele apparaat eigenlijk wel weet dat ik met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid op mijn woord te geloven ben, er toch dat ene regeltje blijft bestaan van bewijslast. En zolang ik niet voor elke belediging kan komen aanzetten met een bewijs van iets, waarschijnlijk bewijs dat ik het op dat moment niet als een belediging bedoeld heb, zullen ze mij, na de gebruikelijke zes tot acht eeuwigheden wachten, helaas moeten mededelen dat ik vooralsnog onvoldoende bewijs heb kunnen aandragen waarom ik wel recht zou hebben op dat plekje in de hemel of hel. Dan krijg ik de vraag of ik alsnog met bewijsstukken wil komen om de onder punt 3.1.a genoemde aantijgingen van beledigingen te weerleggen. Dan hopen ze evengoed dat ik hiermee voldoende geïnformeerd ben.

Die optie bestaat inderdaad ook nog, zolang ik leef. Maar volgens mij gaat de overheid daar niet over. Nou ja, op dit moment in de mensheid gaat de overheid daar uiteraard wel over, al was het maar omdat ze zoals gezegd vandaag hebben zitten praten over het artikel over godslastering. Ik vraag me af of daar eigenlijk ooit iemand voor veroordeeld is. Niet in de tijd van de Spaanse Inquisitie, maar recentelijker, zoals bijvoorbeeld sinds WOII of zelfs maar het begin van de vorige eeuw. Welke straffen staan daar eigenlijk op en zou je dan net zoals vloekende kindjes in sommige gezinnen een centje per vloek moeten betalen, of in casu dus een jaartje per lastering moeten zitten?

Nou ja, zoals die andere man van het CDA al zei, alleen de mensen die in God geloven weten of er sprake is van belediging. Nog los van de kromheid tussen dit verband tussen weten en geloven, waar Kerk en Wetenschap sinds jaar en dag over in discussie zijn, heeft die man wel een ander interessant punt. Want als alleen mensen die geloven kunnen weten of iets beledigend is, dan kunnen mensen die niet geloven eigenlijk per definitie weten noch geloven dat iets beledigend is. Dus zouden eigenlijk alleen gelovigen daadwerkelijk naar geweten de eer van God kunnen beledigen. Maar dat zouden zij in principe nooit doen, juist omdat ze geloven te weten dat dit verboden is. Maar ik denk niet dat de CDA-man het zo bedoeld heeft.

Net zo min als de PVDA-man bedoelde dat het tijdstip niet van belang was. Ik denk dat als mijn oren nog veel vaker het geklapper te verduren krijgen dat de uitwerking van dit soort uitspraken op het tweetal heeft, ik een redelijk goede kans zou maken op de functie van stand-in van een zekere jonge circusolifant. Maar hij zei het wel. Hij zei wel degelijk dat de PVDA niet de partij wilde zijn om te beslissen wanneer er wat zou gebeuren omtrent de godslastering. Dat laten ze aan een andere macht over. De uitvoerende, geloof ik.

Wat?! Ja, ik hoorde het goed, nou ja, ik hoorde van alles wel en niet tussen de woorden door, maar hij zij min of meer “Anders hadden we zelf wel een wetsvoorstel ingediend.” Ik vulde de de leegte tussen de woorden voor hem in. Want als de PvdA iets wil, dan dienen we zelf wel een wetsvoorstel in. En ik vulde de woordelijke gevolgtrekking in. Dus als de PvdA iets niet wil, dient ze geen wetsvoorstel in. Of zo. Ik weet eigenlijk nog steeds niet goed wat ik met die woorden moet. De voice-over vertelde dat de partij doordrongen was van het besef dat hun twee regeerpartners een confessionele inborst hadden.

En ineens denk ik nu aan de Pauw en Witteman-uitzending van gisteravond. Een van die drie oude mannen, volgens mij was het Jan Blokker, had iets gezegd over die regeringspartijen. O ja, het had te maken met Balkenende IX. Dat die man daar volgens hem nog jaren zou blijven zitten. Dan weer met die, dan weer met die, als hij maar zo lang mogelijk kon blijven zitten. En ik vond het toen nog grappig, al ging Blokker naarmate de uitzending vorderde steeds meer nare dingen zeggen waar ik me totaal niet in kon vinden (tenzij ik het we zeer subtiele sarcasme gemist heb waarmee hij zijn woorden bedoelde), maar ik denk dat het wel iets zegt.

Ik weet nog dat ik dacht toen de VVD voor het eerst niet meeregeerde, dat ik dat tot dan toe voor onmogelijk had gehouden. We hadden de Paarse Fase gehad en toen de keiharde ruk naar rechts, en toen kwam uit het niets het CDA binnengeslopen. En nestelde zich op die heerlijke zachte blauwe stoelen waarna tientallen confessionele konten allemaal zachtjes puffend leken te verzuchten “Zo, en nou staan we NOOIT meer op.” En daar zal vast wel wat inzitten, maar ik denk dat dat voor alle partijen geldt die ooit eens van de macht hebben mogen ruiken. En daardoor ook van dat nog veel onwezenlijkere gevoel van die macht weer verliezen. De vorige Christelijk regering kan ik me eigenlijk niet herinneren, maar het moet niet al te lang geleden zijn geweest. Maar dat de Socialisten eruit lagen, dat weet ik nog wél heel goed. Volgens mij kregen zij de schuld van de puinhopen van Paars. Maar dank zij wabberbabe Bos kwamen ze keihard terug. In de eerste finale leidde dat tot een wel heel Sudden Death, maar in de EK daarna wisten ze de prijs binnen te slepen. En dat ten koste ging van een heleboel belangrijke principes, dat namen ze op de koop toe. Alles beter dan niet regeren.

En nu is ook de VVD eens buitenspel gezet. En nu dat gebeurd is (want ik lijk wel oeverloos uit mijn nek te spuien, maar ik kom nog bij mijn punt, het zit nog wel ergens in deze gedachtenlappen verscholen)hebben alle groten de pijn van de grote gele kaart mogen voelen. Het zal me ook helemaal niets verbazen als ze bij de volgende verkiezingen keihard terugkomen. Want ze hebben uiteraard gigantische fouten gemaakt, de laatste keer. Nog los van hoe de dingen verliepen en hoe ze intern verhardden tot het een gevecht tussen graniet en beton werd, van één ding had toch wel door minstens één iemand de alarmbellen keihard moeten gaan rinkelen.

WIE wordt het? MARK RUTTE? Dat kun je niet menen. En hij moet de meest deftige en prestigieuze partij van het land gaan leiden? Met het uiterlijk van een Corpsbal die en uitspraken die in alle toonaarden lijken te zingen “Boer wat zeg je van mijn Haan?” Haantjesgedrag waar zelfs kinderen doorheen prikken. En dat neemt het op tegen een vrouw met veel meer ervaring, met een ijzeren wil een strenge scherpe tong en vooral een natuurlijk overwicht waar je u tegen zegt.

Het hele gebeuren deed mij vooral denken aan een gezin waarin de meest dappere zoon eindelijk besluit om zijn mannetje te staan tegenover zijn moeder. Zo eentje die ineens bedacht had dat hij nou wel volwassen was en zelf wel kon bedenken wat goed was en nou eindelijk eens aan zijn moeder zou uitleggen hoe onzinnig en ouderwets sommige van haar dingetjes wel niet waren. En elke keer als hij dan bijval kreeg van andere broertjes en zusjes ging hij dapper door. En hoe meer familieleden achter hem gingen staan, hoe roeklozer hij we werd. En moeder keek dat allemaal een beetje aan, glimlachte een beetje bij het zien hoe knullig haar telg zich probeerde te verweren. Dacht bij zichzelf, o jongen, als ik jou eens echt fel van repliek zou dienen, dan zou je voor eeuwig met je staart tussen je benen naar je wieg terug kruipen. Maar moeder deed niets, om de goede vrede binnen het gezin te bewaren. Omdat ze inzag dat er een groter gevaar dreigde dan de interne familieruzie die te zijner tijd wel gesust zou worden. Dus hield moeder zich behoorlijk stil en had het niet over de fouten van kleine Mark, maar over de plannen voor de toekomst. Af en toe kon ze zich niet inhouden. Als Mark maar door bleef emmeren over iets onbelangrijks, gauw moeder af en toe een messcherpe reactie. De eerste keer dat dit Mark overkwam, wist hij bij God niet hoed hij het had. De scherpte was zo vlug en zo venijnig, dat de boodschap het brein pas bereikte lang nadat het schijnbaar zo onschuldige vel papier een diepe snee in de vinger had veroorzaakt. Maar de pijn was er niet minder om. Evenmin als het sinds dat moment steeds groter wordende vraagteken, waarvoor een zin geschreven stond die steeds harder tussen Marks oren ging luiden “Waar BEN ik aan begonnen?” En hij wist dat Rita wist dat hij dat dacht. Elke keer als ze hem aankeek las hij het in haar ogen: “Ja Mark, waar BEN je aan begonnen? Begin je het te begrijpen? Het had je moeder kunnen zijn betekent veel meer dan een verschil in leeftijd. Het betekent een verschil in levenservaring, het betekent dat jij letterlijk nog in je luiers kakte toen ik al werkte aan wat ik nu bereikt heb. Het betekent dat ik daadwerkelijk het recht het om jou te vertellen dat ik het beter weet en het betekent vooral, lieve Mark, dat ik je daar bij elke fout die je maakt op zal wijzen, op je vingers tikkend zoals het een echte moeder betaamd. En wat moeders vooral ook heel goed kunnen, is daarbij totaal geen rekening houden met de plaats of het moment waarop ze je flink op hun nummer zetten. Of dat nou midden in het winkelcentrum of tijdens jouw grote avond is, maakt ook dan niet uit.” Als Mark en Rita deze blikken wisselden, ging er een golf van misselijkheid door de jonge man heen. Maar het waren juist die blikken, die smalende blikken die hem met een enorme strijdlust vulden. Die hem ertoe dreven dat gevecht aan te gaan, ondanks de angst, de heimelijke innerlijke zwakte. Er was dan ook niemand meer opgelucht dan Mark, toen hij uit die strijd als winnaar uit de bus kwam. Hij had het gered. Er zal ook niemand bitterder zijn geweest dan Rita, toen die besefte wat er gebeurd was tijdens deze voor haar behoorlijk passieve strijd. Maar nu wist ze wat het was. Niet eens zozeer het feit dat ze deze strijd verloren had, maar vooral het feit dat ze wist dat haar partij en alles wat ze daar al die jaren zo lief aan had gehad, met deze knul al gauw zouden merken dat na de roes van de triomf toch vooral de kater van het voldongen feit zou doordringen. En terwijl ze nog een laatste blik op dit alles wierp, en eenzelfde zin tussen haar oren van zich liet horen, was het vooral een zucht van teleurstelling die klonk toen ze de laatste woorden uitsprak alvorens hen allen de rug toe te keren: Waar ZIJN jullie aan begonnen?

Okay, nu dwaalde ik wel af, maar fantaseren kan zo leuk zijn! Waar ik heen wilde, is dat hoewel de VVD een bijna kansloze startpositie voor zichzelf gecreëerd heeft, en daar dankzij Geert en Rita ook nog eens een keer wat extra handicaps bij heeft gekregen, ze bij de volgende verkiezingen waarschijnlijk evengoed alles op alles zullen zetten om de blauwe stoelen weer te bemachtigen. En of dat nou superrechts- of superlinksom zal moeten (want ik denk dat er een grote kans bestaat dat iedereen straks weer heel links gaat zijn om zich maar te kunnen distantiëren van Geert), er vooral gezorgd moet worden dat zij een van die drie Goud-, Zilver- en Bronspartijen zijn wiens foto op de trappen van het Koninklijke Paleis het begin van een lange machtige periode inluidt.

Daar moest ik dus aan denken toen die PvdA-man zei dat hij het allemaal aan een andere macht overliet. Omdat er meteen door me heen ging, met welke machten hou jij je dan bezig? En toen ik bij machten ook nog eens een keer aan zwarte Magie en Harry Potter moest denken en dus aan Balkenende IX, bedacht ik me dat het nooit echt anders is geweest. Natuurlijk willen ze daar blijven zitten en bepalen hoe het moet. Maar waarom ten koste van alles? Ten koste van zoveel dat het hele idee dat verschillende partijen verschillende standpunten hebben, als puntje bij paaltje komt, niet veel meer waard zijn als een reclamespotje waarin de ene auto nog fantastischer rijdt dan de andere. En als de verkoop voorbij is en iedereen erachter komt dat al die zogenaamde extraatjes die gescandeerd werden er toch niet bijzitten, of net wat anders (want de lederen bekleding is eigenlijk kunststof en die korting van zoveel euro geldt eigenlijk alleen als je het totaalpakket koopt en zo voort) betekenden dan ze overkwamen, dan begint het maagzuur te branden. Want uiteindelijk besef je dat je vooral gewoon in een auto zit in dezelfde file als gisteren, ook al is het uitzicht wat anders, staan er geen grijze kentekens meer om je heen en hangt ver boven jouw hoofd ergens een satelliet die jou, waar je ook bent, zal kunnen vertellen dat er op dat moment ergens op de niet zo snelle weg waar jij nu bent, een file staat. En ergens weet je dat als je over vier jaar deze auto gaat inruilen voor een andere waarin je met nóg meer snufjes in diezelfde file kunt gaan staan, een nieuwe kop van een nieuwe verkoper je tot aan het bekerende aan toe zal proberen te bezweren dat je daar daadwerkelijk goed aan doet. Nee meer dan goed: Best.

Die verkoper lijkt dat zeker te weten. Of te geloven. Hij lijkt echt te geloven dat datgene wat hij jou nu vertelt, ook echt waar is. Hoewel bijna alles op het tegendeel lijkt. En wie ben jij dan om hem uit die droom te helpen? Ja, is het aan jou om te bepalen? Want jij gelooft er uiteraard geen snars van en je denkt zelfs te weten dat het tegendeel waar is. Maar die verkoper en dat heilige merk waar hij het voor doet, hebben daar andere regels over. En je wilt de gast toch niet beledigen. Dus schud je meewarrig je hoofd en denkt er het jouwe van. Of je gaat met hem in discussie en ontdekt dat dit geen zin heeft of juist wel. Of je merkt dat hij eigenlijk ergens toch wel gelijk heeft en besluit om voor de auto te gaan. Of je wordt zo gek van het feit dat hij je geen gelijk wil geven, dat je uiteindelijk uit pure frustratie het eerste beste brandglas kapot breekt en onder het scanderen van allerlei verwensingen op de auto begint in te hakken, ergens het voor jezelf goedpratend met het idee dat je het eigenlijk vooral doet met het idee dat de verkoper het bij het verkeerde eind heeft en moet ophouden met geloven dat de auto die hij je probeert te verkopen, niets meer of minder waard is dan de som van alle schroefjes en moertjes en snoertjes die jij met elke slag van jouw bijl tevoorschijn slaat.

Maar uiteindelijk geldt voor allebei vooral dat het een verschil van mening is. Jij denkt er zus over en hij zo. En daar kun je mee doen wat je wil, maar je kunt het vooral ook laten. En misschien, als dat meest bijzondere moment van je leven heeft plaatsgevonden en je bezig bent met het invullen van allerlei formulieren, kun je altijd nog nadenken over de reactie van de verkoper nadat je hijgend de laatste schroef van haar bout hebt geslagen. De verkoper die jou aankeek en zei: “Ja, dit is inderdaad een hele grote berg met schroeven en bouten en moertjes en snoertjes, maar datgene wat jij zojuist hebt stukgeslagen, dat WAS wel degelijk een auto.”

Gepubliceerd in: on 2008, maart 14, at 2:04 am Laat een reactie achter

When Did The Shit Hit The Van?

Ik zal proberen het kort te houden, want ik ben er nog lang niet helemaal uit hoe het nou zit. Maar ik wil er toch in elk geval over beginnen. Want het is voor mij wel een belangrijke gedachte. Of eigenlijk meer een vraag. Waar ging het ineens zo ontzettend mis? En dan heb ik het over het debat waar iedereen zich vandaag de dag mee bezig lijkt te houden: de Islam.

Want voor zover ik weet bestaan ze allebei al zo lang als wij ons welke herinnering dan ook van onze huidige wereld kunnen vormen, Christendom en islam, in elk geval sinds het begin van onze jaartelling. En toch lijkt het ineens uit de hand te lopen. Ik vraag het me al een tijdje af. Geert, waarom jij en waarom nu? Waarom moet uitgerekend NU JIJ komen met een zelfverklaarde oorlog tegen de Islam, zogenaamd in naam van ons allemaal. En wie wij allemaal zijn, zla ik nog even in het midden laten. Want of je nou Nederlanders, Europeanen of Joods-Christenen of de algehele Westerse Wereld bedoelt, ik wil me toch zeker, in welk van die hokjes ik ook moge thuishoren volgens jouw ideeën, volledig ontrekken aan de ondertekening en ratificatie van die verklaring.

Maar het is niet alleen Geert. Geert is voor mij in feite niets anders dan een gezicht voor een beweging. En Geerts gezicht spreekt boekdelen, als het gaat om het thema van die beweging: we hebben last van de Islam. Ik heb het al eens gehad over de hokjes waar wij sinds mensenheugenis altijd en overal een labeltje op zullen en moeten plakken. En nu is de Islam aan de beurt als hokje met het label: Ongewenste geloofsovertuiging waar niet-gelovigen veel dreiging uit ervaren. Net als de term vreemdeling en allochtoon, zal hij nog vele betekenissen krijgen. Maar waarom in Godesnaam juist nu?

Ik speur mijn brein af naar wat ik allemaal er van af weet. Terug naar school, tweede klas. Islam, Soennieten, Sjiieten, zuilen, Mekka. Het was toen al niet veel, wat mijn brein kon absorberen. Eigenlijk is het enige wat bleef hangen bij mij dat de Islam andere Godsdiensten niet mocht veroordelen. Dat vond ik al een stuk beter klinken na het hoofdstuk over de Spaanse Inquisitie. Maar nog steeds kwam bij mij nooit een directe dreiging van de Islam naar het Christendom toe naar boven. Voor zover ik weet waren het de Christelijke landen die in Islamitische landen aan de macht kwamen, waardoor de meeste ruzies ontstonden.

Maar goed, misschien kijk ik niet goed, misschien is er inderdaad iets gebeurd, waardoor de Islam ineens na al die honderden jaren besloten heeft om ons, wie wij ook mogen zijn, aan te vallen. Een denken? Waneer kan er iets gebeurd zijn? Ik zou het niet weten. Ik kan me natuurlijk wel van alles indenken: Irak, Afghanistan, maar dat zijn allemaal dingen die wij zelf begonnen zijn. Ik geloof niet dat het meteen ook Islam-related was. En verder? Nou ja, ik zal waarschijnlijk eerst research moeten doen, want ik kom er nu even niet op.

Maar blijkbaar is er iets gebeurd, waardoor wij ineens met zijn allen met heel andere ogen naar de islam zijn gaan kijken. Integratie kan het niet zijn, want hoewel Nederland is onderverdeeld in Autochtonen en Allochtonen en hoewel die laatste groep een zeer groot aantal subgroepen blijkt te bevatten, wordt in de volksmond en de overheidsmond en de mediamond op dit moment gemakshalve de groep moslims bedoeld. En deze groep Moslims is voor het eerst in als die honderden jaren allemaal heel erg bewust zijn gaan worden van het gevaar dat deze groep mensen met zich meebrengt.

Maar waarom dan? Wat is dat grote gevaar en waarom hebben we het al die jaren hiervoor niet gezien? En wat is er veranderd dat onze ogen geopend heeft? Er zijn inderdaad moorden gepleegd. In Nederland twee, om precies te zijn. Er zijn in Nederland nog heel wat meer moorden gepleegd, maar deze twee waren direct gerelateerd aan de Islam, en daarom van bovengeschikt belang aan moorden op topcriminelen, vastgoedhandelaren, minderjarige kinderen, volledige gezinnen, zwangere vrouwen of massamoorden op middelbare scholen. Deze moorden hadden een ander karakter dan de ondergeschikte categorieën.

Toch werden deze moorden pas gepleegd lang nadat duidelijk was geworden dat er heel wat te doen was om die Islam. Want al maanden en zelfs jaren riep men dat er van alles mis was met dat geloof, van alles dat onze samenleving bedreigt. Hoe komt het toch dat we dat niet eerder gezien hebben, dan?

Ik snap het daadwerkelijk niet. Ik snap er een heleboel dingen niet aan. Maar ik ben bereid het te begrijpen, dus het wordt waarschijnlijk weer een kwestie van heel veel informatie krijgen. Persoonlijk heb ik me in mijn hele leven door geen enkel geloof bedreigd gevoeld, enkel door de mensen die mij ervan probeerden te overtuigen dat ik ook zo moest denken, om welke reden dan ook. En de mensen angst gebruikten als middel om mij te overtuigen. Maar ik ben gelukkig niet zo bang aangelegd. Weten heeft mij nog nooit pijn gedaan.

Gepubliceerd in: on 2008, maart 13, at 12:52 am Laat een reactie achter

Vrije Rijst

Het mooiste nieuws van vandaag gaat natuurlijk over Free Rice. Wat geweldig dat je met zo’n simpel idee zoveel kan bereiken! En wat zegt het veel over de tijd waarin we leven…

Gepubliceerd in: on 2008, maart 11, at 1:51 am Laat een reactie achter

De Cultuurfile van de Filecultuur

Ik vraag me al een tijdje af wat het nou is dat me zo dwars zit. Want dat het er is, weet ik zeker. Maar ik kan er niet op komen. Maar ik kreeg net weer een nieuwe theorie. Ik zat Raymann is Laat te kijken en het was af en toen klonk in de aankondiging van het sportjournaal dat er zo veel gevechten zijn in het voetbal. En toen gingen de gedachten ineens heel snel. Want het eindigde met dat de politie nog steeds staakt en in een flits zag ik voor me hoe dat tot een heel ander soort rellen zou kunnen leiden. Rellen tegen de politie.

Maar toen bedacht ik me dat dat in Nederland onmogelijk is. Hier gebeuren zulke dingen niet. En meteen kwam de vraag waarom dan niet en het eerste wat in me opkwam was min of meer: daar zijn we hier niet spontaan genoeg voor. En meteen daarna: nou ja, of dat kost eigenlijk teveel moeite. En ergens voelde ik dat ik daarmee een kern had geraakt. Want het is ook een beetje zo dat we het hier allemaal veel te veel moeite vinden om dingen op poten te zetten. Alleen de jeugd, de hooligans, de krakers en andere “foute”mensen doen dat soort dingen nog. Hoe kan dat dan?

Ik dacht, nou omdat het niet zo makkelijk is. Mijn gedachten gingen terug naar de demonstratie tegen Irak, een paar jaar geleden op het Museumplein. Het was voor het eerst sinds heel veel jaren dat er überhaupt zoveel mensen op een demonstratie zijn afgekomen. Hoe kan dat nou toch?

Maar dan eerst even terug naar de politie, want ik verlies mijn punt weer eens. Want ik denk nu ineens aan de demonstratie van vorig jaar, de spontane scholierendemonstratie die via MSN op poten was gezet. Ik weet nog dat er allerlei gevoelens door me heen gingen op dat moment. Wow, is dat net echt gebeurt. En niemand die het wist? Echt daadwerkelijk NIEMAND die het had zien aankomen? Ik vond het zo bijzonder, die gebeurtenis. Voor mij een van de belangrijkste gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Want vooral het feit dat niemand in de media of de regering er raad mee wist, maakte het zo speciaal. En ik heb het idee dat ik nu een beetje naar mijn punt toewerk.

Er gebeurden rare dingen op dat moment. Ik had het gevoel dat er daadwerkelijk verandering op komst was. Want het bij het zien van de manier waarop er met die staking omgegaan werd, kwam het besef van hoe groot die impact eigenlijk wel niet is. Maar die kinderen! Die geweldige kinderen! Recht in de roos, omdat dat voor mij toch altijd raker blijft dan one hundred and eighty. Die kids schoten recht in de roos van wat mijn gevoel op dat moment was.

Ik zat vast, ik zit het nog steeds, maar ik wist niet waarmee. Natuurlijk denk ik altijd te veel en te moeilijk en in veel te veel rode draden en grote lijnen. Maar het had iets te maken met Nederland. En ja, aangezien dara zo ontzettend veel gebeurt waar ik moeite mee heb, is het moeilijk het eruit te filteren. Maar ik wist al die tijd dat er nóg iets was. Iets waar ik mijn vinger niet op kon leggen. Maar nu begon het me een beetje te dagen. Het was inderdaad dat stukje ordelijkheid. Wij zijn volgens mij een van de meest geordende samenlevingen in de wereld. Hoezeer we ook pretenderen het tegenovergestelde te zijn.

Als je kijkt naar de chaos van Amsterdam alleen al, ik kom vaak op het stukje tussen de Nieuwmarkt en de Dam. Dat is een van de meest bizarre plekken die ik in mijn hele leven waar dan ook heb aangetroffen. Van alles en nog wat kom je daar tegen. Niet alleen de gebouwen, die echt schots en scheef in alle mogelijke formaten en vormen tegen elkaar aan plakken, maar vooral wat er in en om die gebouwen gebeurt, op welk moment dan ook. Allerlei soorten mensen uit de hele wereld, aangezien het veelal toeristen zijn. En toeristen heb je echt in heel veel soorten. Dat maakt ze ook zo interessant. Als je mensen interessant vindt, dan is de Nieuwmarkt the place to be.

Maar let´s stick to the point. Die massa die zich daar sinds jaar en dag ieder uur van de dag doorheen wurmt, lijkt heel chaotisch. En volgens mij kwam vorige week nog op het nieuws dat de overheid daar iets aan wil doen. De boel opschonen en ordenen. Maar het is juist helemaal geen chaos. Er gebeurt wel eens wat. Natuurlijk, waar niet? En daar gebeurt wel meer dan eens wat. Omdat er nou eenmaal meer kans is op gebeurtenissen, omdat er nou eenmaal meer activiteit is op die plek. Maar chaos is het zeker niet. Chaos is voor mij datgene wat uit de hand is gelopen, datgene waar geen grip meer op is. Maar in het geval van de Nieuwmarkt geldt dat, net als op heel veel andere plekken, niet.

Toch is dat het wel waar het om draait. Grip op de zaak. Dat is waar Nederland van top tot teen om draait. Dat zijn een beetje die kluitjes en rieten muurkastjes. Alles is hier in het land zo goed als tot in de puntjes geregeld. En daarom is er hier zelden tot nooit chaos. En daarom demonstreren we niet en daarom gebeurt er hier nooit iets. Want als er iets gebeurt, dan moeten mensen gemobiliseerd worden.

Er is eigenlijk wel ironisch, want we staan in Nederland ook muurvast. Het is een soort Cultuurfile, of een Filecultuur. Mooi woord. Allebei, haha. Maar wel waar. Natuurlijk staat elke A, E, of N op een bepaald punt in zijn bestaan en de meesten op heel veel dagelijkse punten van hun bestaan wel eens ergens vast. Als een soort patiënt met heel veel bloedstollingen in het aderstelsel. Aderverkalking, hartkloppingen, zo’n beetje alles wat roken en overgewicht ook teweeg brengen. En dat uit zich net als bij een mens niet alleen lichamelijk, maar ook altijd geestelijk. In ons geval betekent dat dat we vastlopen in gedachten vastlopen in handelingen, vastlopen in relaties, en vooral in onszelf. Nooit eerder hebben we het zo goed gehad. Iedereen die legaal in dit land verblijft, kan in principe doen en laten wat hij wil (binnen de grenzen van de wet, uiteraard). Alles is te kop, te huur te leen of te geef. En als je de centjes maar kunt ophoesten, zul je het krijgen ook. Dat geldt trouwens voor zowat alle rijke landen. Nee, voor alle rijke mensen. En toch worden we statistisch gezien met de dag depressiever, downer, neerslachtiger. Het is nooit goed genoeg, het is nooit mooi genoeg, veel genoeg. Dus zoeken we door, naar manieren om het beter te maken.

Het is eigenlijk gewoon de slogan van de belastingdienst, maar dan met een andere interpretatie. Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker. Is dat waar ons leven voor staat? Eigenlijk valt er niets meer uit te halen. Alles is er al en te denken dat er meer is, is een illusie. Wat alle reclamespotjes ons ook wijsmaken. De grenzen van wat leuk is, zijn bereikt, in alle mogelijke richtingen. En dus gaan we de grenzen ergens anders opzoeken. We gaan op zoek naar de grenzen van het gemak. En dat betekent zoveel mogelijk gedaan krijgen met zo min mogelijk moeite. Klinkt leuk, maar als je bedenkt hoe hard we tegelijkertijd wegrennen van die gemaksgrenzen, dan zou er ergens toch eens een lampje moeten gaan branden over waarom we daar eigenlijk zo hard naar op zoek zijn, die gemaksgrenzen. Bij mij gaan er per definitie altijd lampjes branden als we dingen doen zonder te weten waarom. Maar in dit geval lijkt het me ook voor de rest van de mensheid wel belangrijk.

Alles is dus al leuk en nou moet alles ook makkelijk gemaakt worden. Voor wie eigenlijk. Uiteraard, in eerste instantie voor onszelf. Want wij willen natuurlijk helemaal niets te maken hebben met de belastingdienst, tenzij we effe kunnen vangen. Maar voor de belastingdienst is het uiteraard ook een stuk makkelijker als zij zo min mogelijk met ons te maken hoeven te hebben. Dat scheelt een hoop gedoe. Maar ik dwaal alweer ontzettend af.

Want, waar ik heen wilde is dat we werken met een systeem waarin alles heel goed geregeld is. Als het niet nodig zou zijn om het waarheidsgehalte te controleren, zouden we in principe met één Sofietje al onze zaken op ieder willekeurig moment van de dag kunnen regelen, inzien, bijstellen en ordenen. En dat is volgens mij ook waar we heen gaan. Maar ik weet niet of ik dat wel wil. Ik ben geen Sofie, ik ben Mezelf. En dat wil ik graag ook zo houden. Dus temidden van al die formulieren die ik vanaf de dag dat ik die Unieke Persoonlijke Code aanvroeg, tot aan de dag dat ik mijn laatste levensadem uitblaas of geen burger meer van dit land ben, in willekeurige volgorde, zal ik een hele serie handelingen moeten plegen die allemaal gerelateerd zijn aan mijn Unieke Sofietje. Ik weet niet of ik dat wel wil.

Maar het is niet alleen Sofie, het is nog veel meer. Het is gewoon dat alles tot in de puntjes geregeld is. En dat voor alles ook wel een regeltje lijkt te bestaan. Of het nou gaat om heel grote dingen als moord en diefstal of om heel kleine dingetjes als een vlag ophangen of de buitenkant van je woning een verfbeurt geven. Voor alles wat je doet kun je wel naar de overheid stappen om te vragen wat de regels daarover zijn. En zodoende hebben we dus vanaf de stoel van de koningin, nou ja, eigenlijk dus die van de premier, want zelf voor de koningin is er een heel blik met regeltjes, waaronder de regel dat ze officieel niets over het land te zeggen heeft, een hele brei aan mensen en systemen die bepalen hoe we dingen hier regelen.

En dat dat erg goed geregeld is, blijkt wel uit het feit dat er bijna nooit iets onverwachts gebeurt. En als het wel gebeurt, dan komt het meteen in het nieuws. Maar aangezien die onverwachtheid zo klein is, komen er een heleboel, veel minder onverwachte dingen ook in het nieuws. En héél héél soms gebeurt er iets écht onverwachts, zoals de moord op Pim en Theo, of Elf September en de Bijlmerramp. En dan is het hele land in rep en roer. En dat is logisch, want zoiets kun je op geen enkele manier zien aankomen.

En dan heb je soms nog wat van die minder onverwachte dingen, zoals Volendam en Enschede, Volgelgriep en BSE (hé, dat rijmt!). Maar toch ook dingen die echt impact hebben en waar verder niets aan te doen valt. En dan heb je natuurlijk de verwachte onverwachte dingen, zoals voetbalrellen en relnichtrellen en koninginnedagrellen (hoewel die laatste drie eigenlijk al meer in de categorie verwachte onverwachte dingen vallen).

Maar voor al die onverwachte dingen is eigenlijk toch al wel een soort scenario bedacht door de overheid. En als het nog niet bedacht is, dan WORDT het nog wel bedacht. Ik denk aan de de proefballon over verplichte etiketjes die vermelden hoe brandbaar onze kleren zijn. Ja, want als ik vanavond naar de kroeg ga, dan ben ik blij dat ik weet dat als er een brand ontstaat en ik er middenin zit, ik in elk geval een t-shirt aanheb dat niet in één, maar pas na drie minuten opgebrand is. En reken maar dat ik in de winkel al loop te dubben of ik het nou wel of niet erop zal wagen. Gelukkig besloot men in dit geval er niet aan te beginnen. Al had dat meer te maken met de praktische en economische uitvoerbaarheid dan met de onzinnigheid van het idee.

Maar als het gaat om De eerste categorien, dan weet de overheid er wel raad mee. Daarom is het ook zo’n ramp dat de politie staakt. Want stel dat de boel uit de hand loopt. Dus wordt bij voorbaat maar besloten om heel wat wedstrijden af te gelasten, wordt besloten om dingen wel en niet door te laten gaan. Wordt besloten om Koninginnenacht af te schaffen, wordt besloten om iedereen voortaan met IDEEtjes op zak over straat te laten gaan, wordt besloten wat je wel en niet mag aantrekken op welke plekken, wordt zelfs besloten, zag ik net nog op het nieuws, waar, wanneer en hoe mannen elkaar in parken mogen ontmoeten voor intieme escapades. Ik weet niet of ik wel wil dat dat allemaal besloten wordt. Ik weet niet of ik daar wel zo’n behoefte aan heb.

Maar goed, ik heb er als Microburger uiteraard helemaal niets over te zeggen. Nou ja, ik zeg het wel, maar ik heb er evengoed niets over te besluiten. Ik niet, mijn buren niet, en voor zover ik weet, heeft niemand die ik ken dat wél. Dus kijk ik via de kijkbuis toe hoe ze als die dingen besluiten en denk er het mijne van. Maar aangezien ik daar nu al jaren het mijne van denk, begin ik toch voorzichtige conclusies te trekken over dat mijne wat ik daar van denk. En natuurlijk zit ik er niet op, niet op politiek, niet op bestuurskunde en al helemaal niet op beslissingen over regeltjes. En dat ik het wat me zo’n naar gevoel bezorgt. Dat is het waar ik die vinger maar niet op kon leggen.

Alles gebeurt om me heen en ik moet er maar blij mee zijn dat ik het zo goed heb hier en anders vooral maar oprotten naar mijn eigenland, ongeacht het feit dat ik al sinds mijn eerste ademteug Nederlands Staatsburger ben. Ik heb het maar te slikken en ik heb het maar te pikken en ik kan er helemaal niets aan doen. En dat straalt ook uit die magere opkomst bij demonstraties die naar iedereen weet geen ene snars uitmaakt. Dat straalt uit de ogen van mensen die om kloksgal vijf uur alweer een beetje richting het Centraal lopen, want die trein moet toch gehaald worden en om de file te omzeilen. Het is juist die Filecultuur die ons in een Cultuurfile heeft gebracht (héhé, het cirkeltje begint eindelijk rondingen te krijgen). Omdat alles wat we doen toch helemaal niets uit lijkt te maken.

Niet de opkomst op het plein, niet de polsbandjes die inmiddels aan elke kleur van de regenboog een betekenis hebben gegeven, niet de petities die getekend worden, niet de kettingmailtjes die wereldwijd zo massaal geforward worden dat bij sommige mensen zelfs in de Inbox een file is ontstaan. Maar het meest wrange van alles is nog dat juist dat ene ding dat we doen, dat ene ding waar we uiteindelijk allemaal onze identiteit aan zouden moeten ophangen, dat juist dat niets uit lijkt te maken. Hoezeer te mensen die er belang bij hebben ook mogen roepen van wel. Die dag die zich maar eens in de vier jaar doordoet. De dag waarop wij met zijn allen mogen beslissen welk handjevol mensen wél dingen mag doen die iets uit zouden kunnen maken. Juist op die dag dringt de wrangheid tot me door van hoe weinig het eigenlijk écht uitmaakt.

Natuurlijk blijf ik het wel doen, als was het maar om op zijn minst mijn bijdrage te hebben geleverd aan het voorkomen van het Wilderiaanse Rijk. Elke keer als ik daar sta en met mijn rode potlood dat rondje inkleur (ik probeer er zo lang mogelijk over te doen, zo lang mogelijk te ervaren dat dit het moment is waarop ik ook iets te zeggen heb over mijn wereld, meestal totdat iemand achter me een hardnekkig keelgeschraap ten gehore brengt), dringt het keihard tot me door dat ik er niet meer van kan maken dan die minder dan een halve minuut. (Als een vrouw met een zeer betreurenswaardig sexleven… ). En zelfs die dertig seconden stellen uiteindelijk nog minder voor dan de atomen van molecuul van een druppel op een gloeiende plaat.

En de overige vier maal driehonderdvijfenzestig min één dagen heb ik nog minder te betekenen in dit land. Want de tijden waarin mensen nog enigszins echt iets te betekenen hadden, die liggen inmiddels minstens één generatie achter me. Sterker nog, ik kan me niet eens herinneren dat ik ze bewust heb meegemaakt. Natuurlijk wordt daar in Sesamstraat niet over gepraat. En als er namen als Nelson Mandela en Jan Maat klinken, dan wist ik niet meer over hen dan dat ze in elk geval geen buren waren van Pino en Ieniemiene. Ik weet nog wel dat we heel vaak op heel veel plekken woonden, maar begreep pas later dat dat kwam omdat er geen huizen beschikbaar waren. Dat dat de reden was dat zoveel mensen niet wilden dat de prinses geen koningin mocht worden. Ik was te klein om te beseffen dat prinsessen nog veel meer deden dan hun haren kammen en op erwten slapen.

Nu ik dat soort dingen wel begin te begrijpen, vraag ik me dan ook af waarom niemand zich daar mee bezig lijkt te houden. Al was het maar uit principe. Alle onbegrip die er in mijn leven is ontstaan, heeft meestal te maken gehad met waarom mensen dingen wel en niet doen en laten. En als het gaat om personen, individuen, dan is dat nog to daar aan toe. Soms zijn er nou eenmaal sommige mensen. Maar juist als het op zo’n gigantische schaal gebeurt, of juist uitblijft, dan krab ik me weer eens tot bloedens toe achter de oren (figuurlijk, uiteraard). Is het allemaal niet erg meer? Want een heleboel van de punten die toen golden, zijn nog steeds actueel. Niet alleen de grote dingen, zoals het milieu en armoede, maar ook actuele dingen. Ik snap bij God niet waarom er niet massaal burgeropstanden uitbreken over dingen als Irak. Want je kan me nog zoveel vertellen, als je niet open en eerlijk bent over wat je doet, dan heb ik alle recht om daar grote vraagtekens bij te zetten. Want het is diezelfde overheid die van mij vraagt om op vier en vijf mei mijn respect te tonen aan de slachtoffers van met name de Tweede Wereldoorlog. Het is het hele systeem van herdenkingen en films en documentaires die me eraan moeten herinneren dat dit nooit meer mag gebeuren. En ik mag het misschien niet zeggen (nou ja, wettelijk mag het uiteraard wél, want dat is iets met vrijheid van meningsuiting, whatever that may be, maar binnen de grenzen van het algemeen fatsoen wordt het in elk geval op zijn minst als enigszins ongepast beschouwd), maar ik zeg het tóch: want als er één zin is die sinds ik weet over WOII altijd is blijven hangen, dan is het wel: ICH HABE ES NICHT GEWUSST. En vooral de smalende toon waarmee ik dat heb horen herhalen door mensen die vinden dat dat onzin is. Dat je zoiets wel had MOETEN weten. En natuurlijk mag ik die vergelijking binnen de grenzen van datzelfde algemene fatsoen niet maken, en feitelijk klopt dat volledig. Maar zoals ik al aangaf, gaat het mij veel meer om het principe. Het principe dat mijn overheid buiten mij om en vaak zelfs zonder mijn medeweten allerlei dingen kan en mag doen zonder dat ik daar ook maar iets over te zeggen heb. En tegelijkertijd moet ik accepteren dat het rondje dat ik met mijn rode potlood inkleurde, niets verandert aan het feit dat ik mijn huis nog steeds geen kleurtje mag geven. Aan het feit dat het van de overheid afhangt of mannen op bepaalde plekken in bepaalde parken op bepaalde tijdstippen bij elkaar komen om bepaalde andere mannen te ontmoeten voor intieme escapades. Het verandert zelfs niet aan het feit dat als bepaalde mensen zeggen dat ze vanwege bepaalde beperkingen bepaalde handelingen niet kunnen uitvoeren, dit pas bevestigd wordt als er uit die hele brei aan ambtenaren eentje doorgeeft dat die bepaalde persoon en diens bepaalde Sofietje inderdaad de waarheid spreekt. En of die bepaalde ambtenaar deze informatie over dit bepaalde Sofietje ook daadwerkelijk als zodanig overbrengt, daar heeft zo’n bepaald persoon wederom niets over te zeggen. Makkelijker kunnen we het niet maken…

Nou zijn er natuurlijk allerlei manieren om tóch een vinger in de ambtenarenbreipap te krijgen. Maar die manieren zijn doorgaans verbonden aan een zo mogelijk nóg dikkere brei aan regels, procedures en formulieren, dat de gemiddelde Microburger er doorgaans lang voor de krenten eruit gevist zijn, in dreigt te stikken en afhaakt. Want verenigen is best leuk, maar het is zo verdomd moeilijk voor elkaar te krijgen. Iedereen kan wel een vijftal redenen of regels waarom dingen niet kunnen, waarom ze ervoor kiezen om iets anders te doen. En hoe groter het besef is van hoe weinig het wel niet uitmaakt, hoe minder bereid mensen zijn om het te proberen. Als het dan toch geen zin heeft… En ja ook ik heb meestal wel iets anders of beters te doen.

En was ik zo ontzettend in de ban van die scholierenstaking. Niet zozeer om de inhoud, want dat stelde niet zo veel voor, denk ik. Voor de meesten ging het daar niet eens om (een enkele JP-kloon daargelaten), die kwamen vooral op het rumoer af. Maar wat mij zo ontzettend keihard in mijn gezicht klapte, was de simpelheid waarmee van het ene op het andere moment een massale beweging in gang gezet was. En vooral het gemak waarmee het gebeurd was. En de snelheid waarmee het gebeurd was. Ik denk dat er boven elke TV-omroep op dat moment een zeer groot vraagteken achter de uitroep HûH heeft gestaan. Net als boven vele stadhuizen, ministeries, onderwijsinstellingen en huishoudens.

Boven het mijne hing op dat moment een heel grote gele Smiley. Omdat die jongeren dat geflikt hadden en iedereen het nakijken hadden gegeven. Omdat ik warm van binnen werd bij de gedachte dat er tussen al foetale Sofietjes blijkbaar nog een heleboel zitten die nog wel geloven dat het wat uit zou kunnen maken. En die meteen daarop ook in actie komen om dat voor elkaar te krijgen. Die zich even helemaal niets aantrekken van schooltijden en repetities en te-laat-briefjes en leerplichtambtenaren. Die de bereidheid tonen om die consequenties op de koop toe te nemen omdat ze het een eerlijke prijs vinden, of in elk geval bereid zijn deze te betalen.

En dat het uiteindelijk niets heeft uitgehaald, maakt mij nu ook niet eens zoveel uit. Waar het mij vooral om gaat, is dat er blijkbaar ook nog een andere beweging gaande is in dit land. Een beweging die niet gestuurd wordt als een kudde vee die angstig voortgejaagd wordt door een groep door een paar herders. Maar juist een beweging van een sterke wolvenroedel die met een paar eenvoudige tekens de hele groep in beweging te krijgen. En natuurlijk zwermt daar een gigantische groep Hyena’s omheen, maar uiteindelijk hangt het slagen van de jacht af de daadkracht en scherpte van die ene roedel. En dus blinkt mijn Smiley als ik weet dat er ook in de aankomende generatie een groep is die zich niet in het blauw de naam Sofie door het oor laten naaien.

De geschiedenis heeft geleerd dat juist de jeugd vernieuwing met zich meebrengt, op bijna alle vlakken van het leven. En hoe fout het soms ook heeft uitgepakt, vernieuwing heeft in wezen toch altijd tot verbetering geleid. En juist nu, gebeurt het. Nu we allemaal niet meer lijken te weten waar we het moeten zoeken als het gaat om wat goed of beter is, nu we allemaal verbetering zoeken in gemak, in cumulatie en accumulatie, extensie en explosie, allemaal onder het mom van progressie, juist nu niemand zich meer lijkt af te vragen of dat juist niet het grootste gevaar is wat ons boven het hoofd hangt. Want dat de grenzen van wat de maatschappij aankan, in zicht beginnen de komen, lijkt me evident. En dan heb ik het helemaal niet over terreur en extremisme. Dat zijn in mijn ogen uitwassen. Of eventueel symptomen van iets veel fundamentelers. Maar als ik kijk naar wat een maatschappij als geheel aankan als het gaat om druk, pressie en expansie, dan doemt bij mij eerder het beeld op van Mount St Helens (tigentigtig keer herhaald op NGC). Dat het steeds duidelijker wordt dat er iets aan de hand is, maar niemand er echt zijn vinger op kan leggen, behalve een paar natuurfreaks waar toch niemand naar luistert. Of is dat meer een beetje Deep Impact Armageddon? Maar ik denk aan de beurscrises, de zorgproblemen, de opvangproblemen, de hypotheekrente, de onderwijsproblemen en al die dingetjes die kabinet na kabinet maar blijven knagen en maar niet opgelost worden. En eigenlijk steeds maar erger worden. En niemand die er echt iets aan doet, behalve dat er door dat handjevol mensen dat wel dingen mag doen die iets uitmaken, oeverloos over gepraat wordt, in toenemende mate naarmate het moment dichterbij komt waarop alle andere mensen in het land met dat rode potloodje dat kleine cirkeltje mogen inkleuren. Juist in deze tijd waarin mijn inbreng over wat er allemaal gaande is om mij heen verworden is tot een kleuterige activiteit die binnen een minuut uit te voeren is, gebeurt er eindelijk iets dat ruikt naar een echte omslag. Iets meer dan een rotonde, een tunnel of een stoplicht om de Cultuurfile op te lossen. Maar een totaal nieuwe Filecultuur die niemand ziet aankomen, omdat hij niets te maken heeft met die ellenlange rij blikken voor achter, links en rechts van je. Die Filecultuur stijgt daar bovenuit. Ik denk ineens aan het eerste liedje dat ik leerde op de middelbare school. Hoog Sammie, kijk omhoog Sammie!

Dus terwijl te agenten staken en er daarmee voor zorgen dat heel veel mensen zich heel erg druk gaan maken om het heel erge feit dat er negentig heel erg belangrijke minuten verloren gaan en veel minder mensen zich druk maken om het schijnbaar veel minder belangrijke feit dat die agenten staken om het feit dat zij nog heel veel dagen van hun leven heel veel minuten moeten zorgen dat niet alleen die negentig minuten, maar ook de resterende dertienhonderdenvijftig minuten van de dag zonder al te veel problemen verlopen en dat zij voor die heel erg belangrijke taak heel erg weinig geld krijgen, kijk ik omhoog naar boven het dak boven de Arena waarin Ajax niet zal spelen tegen PSV (dat zouden ze sowieso niet, omdat het morgen een uitwedstrijd zou zijn, maar goed) en naar de donkergrijze lucht erboven en zie voor me hoe er ineens van onder de grasmat door uit de tunnel een nieuwe rijstrook opdoemt, waarover een nieuwe generatie Amsterdammers in een nieuw soort vervoermiddel op zoek gaat naar gelijkgestemden om samen die grote wereld mee te verkennen. Nog even kijken ze omlaag naar de morrende de massa onder hen, die doodongelukkig niets onderneemt om voor eens en altijd uit die eindeloze stapvoets voortschrijdende bliktrein te stappen, maar dan is hun eigen blik weer gericht op alle mogelijke plekken waar ze heen zouden kunnen gaan. En zonder verder te wikken of wegen geven ze gas (of die andere milieuvriendelijke brandstof die speciaal voor dit type voertuig is ontwikkeld.

En ergens zie ik in waarom die eeuwig en altijd als kansloos in het verdomhoekje geplaatste jeugd van tegenwoordig uiteindelijk toch altijd de reden van ons bestaan is. Omdat er ergens op de een of andere manier toch altijd eentje tussen zit die in een fractie van een seconde dan wel een simpele muisklik in staat is om met een nieuw initiatief de hele file weer in beweging te brengen. Al was het maar voor even.

Gepubliceerd in: on 2008, maart 9, at 3:14 am Laat een reactie achter

If I can’t have you, nobody can…

Vanuit de diepte van mijn onderbuik klonk een volmondig hûh?”, toen de NOS kwam met het bericht over dat woonwagenkamp. Misschien heb ik niet goed geluisterd, want ik loop met een stiekeme angst dat een zeker iemands spraakgebrek audiovisueel overdraagbaar zou kunnen zijn…

Maar volgens mij begreep ik toch echt goed dat er besloten was om een heel mooi en duur pand te slopen. Slechte staat? Nee. Op een mijnenveld? Nee. Instortingsgevaar? Nee. Je raadt het toch nooit, dus here it is: het wordt gesloopt omdat Justitie dit als enige manier ziet om gerechtigheid te krijgen. De eigenaar is namelijk veroordeeld en er is beslag gelegd op zijn woning. Maar dat beslag kunnen ze niet goed genoeg leggen (gebruik Bona, zou je dan denken, werkt altijd met de Ruijter). Mensen komen het huis binnen en proberen stukjes badkamer mee te nemen. En dat kan volgens Justitie niet. Nee, als wij geen beslag op dat huis kunnen leggen en anderen wel, dan moet dat huis maar helemaal weg.

Lieve Justitie, leg mij alsjeblieft uit waarom de samenleving beter af is door dat pand te slopen. Want ik zie tussen kanten wallen slechts de afwezigheid van vlezige vissen. En in mijn achterhoofd (waar de hûh van eerder zich inmiddels genesteld heeft, klinken als een ware woensdagavondfilm de woorden: If I can’t have you, nobody can. Of heeft het jullie toch wél iets opgeleverd?

In vertwijfelde verblijving,

Het Bijlmermeisje

Gepubliceerd in: on 2008, maart 6, at 11:46 pm Laat een reactie achter

De Laatste Volle Maan

En toen knapte er iets in mij, en voelde mijn hele leven aan als een grote illusie. En ik voelde angst en benauwdheid, lusteloosheid en vooral geen zin en perspectief meer.

Maar in de donkere dagen van de Nieuwe Maan is er in mij een kiempje ontstaan en weet ik dat het allemaal goed gaat komen. De vraag die open blijft staan is: Hoe?

Daar zal ik de komende tijd dan ook naarstig naar op zoek gaan. Net zo min als ieder ander weet ik hoe het allemaal uit gaat pakken.

Dat belooft in elk geval een spannend avontuur te gaan worden. Op naar het Eerste Kwartier!

Gepubliceerd in: on 2008, maart 3, at 11:35 am Laat een reactie achter