Daarom is geen reden

Het ergste is als mensen besluiten dat er niet verder gedacht moet worden. Dat was de zin die zojuist in me op kwam. Ik weet nog niet wat ik ermee bedoel, maar ik weet wel dat ik het bedoel.

Maar ik ga op zoek naar antwoord. Het is voor mij nooit klaar, nooit duidelijk en soms kan dat heel lang duren. Waarom, die ‘verschrikkelijke’ fase waar kinderen in kunnen zitten, hoeft niet per se over te gaan. Ik heb hem nooit als verschrikkelijk ervaren. Juist een fijne fase. Je gaat op zoek naar betekenis en diepgang. Het leven is niet meer vanzelfsprekend, maar een wonder. En je wilt er alles van weten. Echt alles. En aangezien je nog maar klein bent en vaak nog niet eens fatsoenlijk kan lezen, kun je daar bitter weinig mee. Behalve vragen aan mensen die het wel zouden kunnen weten: Waarom? En ze doen hun best, je moet het ze nageven.

Ze blijven geduldig bij al je vragen, leggen het naar hun beste kunnen uit. Weer en weer en weer. En hoewel je ziet dat er soms zweetdruppeltjes op hun voorhoofd verschijnen, paniek in hun ogen en vermoeide trekken rond hun mond, blijven ze hun best doen. Maar niemand lijkt dan nog te beseffen dat er op deze manier geen einde aan komt. En als de grenzen bereikt zijn, de grenzen van het kennen en de grenzen van het geduld, dan komen de eerste andere grenzen in zicht. De grenzen aan het vragen. Steeds vaker stuit je dan op onduidelijkheid, op ontwijking en uiteindelijk het ergste. Negeren.

Je ontdekt dat er niemand is die je vragen kan beantwoorden of niemand die het wil, of niemand die het weet. En ze vinden het vervelend. Al die vragen. Ze willen dat je ophoudt en gewoon eens aan het werk gaat, of iets anders doen. Of ze komen met het uiteindelijke antwoord waar je het mee zal moeten doen: Omdat ik het zeg, vrij vertaald als Daarom.

En that’s it. Dat is het laatste wat je erover te weten zult komen. Maar het antwoord? Daar kun je naar gissen, daar kun je over dromen en je kunt zelfs het vaste voornemen hebben om er later als je groot bent achter te komen. Maar dan weet je nog niet hoe het leven in elkaar zit. Daar ben je nog zo ver van verwijderd dat je niet eens zult kunnen begrijpen waarom niemand antwoorden voor je heeft. En je bent nog veel te klein om er iets tegenin te kunnen brengen. En zij moeten het wel beter weten. Ze zijn ouder wijzer, ze zeggen het altijd beter te weten (en hoe kan het ook anders, jij weet zelf zo bar weinig!). Dus je kan niets anders doen dan misschien in stilte het versje naar ze te zingen:  Daarom is geen reden, als je van de trap af valt dan ben je gauw beneden.

Ze zouden het niet horen en zo ja, dan zouden ze het kinderachtig vinden. Je bent ook nog maar een kind. Kan het niet helemaal alleen. En kan alleen maar vertrouwen op de goede wil van al die mensen om je heen, om je er bij te helpen. Maar al gauw ontdek je iets anders. Ze helpen je soms helemaal niet. Je stuit op dingen die zo onmogelijk zijn dat je uiteindelijk alleen maar tot de slotsom kunt komen dat het niet klopt. Het kan van alles zijn, het een minder erg dan het ander, maar toch altijd even onthutsend, schokkend zoals de politici op televisie heel vaak kunnen zijn.

Maar het meest schokkende is niet eens dat het niet klopt, maar dat niemand je dat verteld heeft. Sterker nog, dat er heel veel mensen zijn geweest die heel erg hard hun best hebben gedaan om je in die waan te laten. Die waan dat die man met die baard is wie jij al die tijd hebt gedacht dat hij was. De goede man die je elk jaar op een speciale dag een cadeautje brengt. Of die fee die ’s nachts jouw slaapkamer bezoekt. Of dat andere mannetje, dat ook te pas en onpas zou kunnen opduiken. Ze hebben daadwerkelijk alles uit de kast getrokken om jou daarvan te overtuigen.

En dan komt die vraag terug, die vraag waar je eigenlijk al bijna overheen gegroeid was, die vraag waarvan je weet dat hij tot die bepaalde gezichtsuitdrukkingen kan leiden. Maar hij is nu anders van toon. Er gaan zoveel nieuwe emoties door je heen die je op dat moment nog lang niet kunt benoemen. Maar een ding herken je er wel in. Pure verwondering. En weer komt hij eruit, in al zijn onzekerheid, maar met minstens zoveel dwang dat hij blijft hangen als een wolk in regenbarensnood. WAAROM?

Maar als je daar al antwoord op zult krijgen, zul je nooit vergeten dat je al eens eerder een antwoord hebt gehad van die persoon, een antwoord dat niet bleek te kloppen. En vanaf dat moment slaat de twijfel toe. Er is een vertrouwensbreuk ontstaan. De liefde zal deze breuk hoogstwaarschijnlijk lijmen, maar hij zal nooit de volmaaktheid van de tot dan toe bestaande eenheid kunnen repareren.

En dus zal de vraag ondanks het antwoord blijven hangen. En er komt nog wat bij, want dat is het gevolg geweest van die eerdere ontdekking over het waarheidsgehalte van antwoorden. Nu wil je weten Hoe. Want hoe is het mogelijk dat de dingen die ik voor waar heb gehouden, niet waar blijken te zijn? Hoe is dat misgelopen? En vanaf dan beginnen de vragen te vliegen als een zwerm om een pot honing. Nu is waarom niet meer voldoende. Maar ook waar en hoe en wanneer willen beantwoord.

Maar het probleem met die antwoorden is nou juist dat ze zo onvindbaar lijken. En in plaats van jou te helpen met het vinden, in plaats van jouw te steunen in je zoektocht, lijkt je omgeving je juist tegen te willen houden. Ze vinden het in elk geval niet belangrijk genoeg om dat te doen. En sporen jou aan om ook andere belangen in acht te gaan nemen. En in je positie als kind kun je weinig anders doen dan je bij hen te voegen. Want een kudde betekent misschien niet eens zozeer volgzaamheid, als vooral veiligheid. Het gevaar daarbuiten kun je in je eentje niet aan.

En in de beschutte veiligheid van de kudde leer je uiteindelijk je weg vinden, leer je de juiste belangen in acht te nemen en in alle tijd die daarmee gemoeid is, blijft er zo weinig ruimte over voor de vragen van weleer, de vragen waar je eens een vastbesloten beslissing over had genomen. Omdat de rest besloten heeft dat daarover niet gedacht hoeft te worden.

Gepubliceerd in: on 2008, mei 9, at 11:14 pm Laat een reactie achter