I could write. I’ve got so many thoughts. But it all seems so irrelevant. So highly unimportant. Because all these silent days have brought me little more than the conclusion that most things that are happening seems entirely inferior to the bigger picture. Some so far from it that they actually seem to have a counterclockwise effect.
But I can not remain as such. I cannot keep this silence, since it only fills me up. Making my inside the complete opposite of the outside. As calm and serene as I may appear, I am in fact bursting from all the words that need an exit. I wonder why I’m writing in English, seeing as to how it’s not my mother tongue, but I suppose it derives from the fact that the first three sentences came to me in that language.
So I could go back to writing in Dutch. But that would be weird, because thinking in my mother tongue makes the thoughts take very different routes. Oh, well, I might switch at some point.
So trying to write and noticing it has been a while since I have, I’ve come to the conclusion that I’m far from where I’m supposed to be. Having for months and years questioned everything I encountered in life, I can only say that I have gotten a lot of terribly wrong answers. A lot of things that should never have been said, never have been presented as truth. And on that note, I’ll change to Dutch. There are some things that ought to be said with full knowledge of the language that they are said in.
Dus, om verder te gaan, na het overdenken van een heleboel dingen ben ik vooral tot de conclusie gekomen dat er zo ontzettend veel niet klopt aan het leven, dat het bijna een wonder mag heten dat we er allemaal nog zijn. In deze staat en met deze vooruitzichten. Het is raar, maar ik hou zo ontzettend van het leven, dat ik me nauwelijks kan voorstellen dat er mensen zijn die dat niet doen. En toch heb ik ze van alle kanten en in alle regionen en in alle soorten voorbij zien komen. En ik begrijp niet waarom.
Ik begrijp alleen heel goed dat ze er zijn. En misschien zijn ze er ook altijd geweest en zullen ze ook altijd blijven. Maar ik zou het fijn vinden om binnen de vrijheden die ik heb, zo min mogelijk in hun sferen te verkeren. Ik vind het niet prettig daar. Ik vind het benauwend en beangstigend. Maar het moeilijkste is uiteraard dat het bijna onmogelijk is om er aan te ontkomen. En ergens denk ik zelfs dat het verkeerd is om dat te willen. Dingen die je niet aanstaan, moet je niet uit de weg gaan, maar confronteren, zou papa zeggen. En hij zal eens geen gelijk hebben.
Ja, ik kan ervoor weglopen, maar ergens ook niet, want het is overal hetzelfde, heb ik mogen ontdekken. En bovendien zou ik me ergens heel schuldig voelen naar de mensen die ik achterlaat. En vooral diegenen die nog helemaal geen idee hebben van wat er allemaal gebeurt. Diegenen die daar pas achter komen als het te laat is. Als er niets meer aan te doen valt. Want dat is misschien de belangrijkste overgang die een mens maakt van kind naar volwassene. Het moment waarop het protesteren ophoudt, het moment waarop de strijd opgeeft, de idealen laat varen en accepteert dat het leven nou eenmaal zo is en zo blijft. Het zijn die verwarrende jaren van de puberteit, waarin een mens vaak oud genoeg is om de dingen te begrijpen, maar ook nog jong genoeg om te dromen en vooral wijs genoeg om te kunnen geloven. De jaren waarin de confrontatie met de volwassenheid aangegaan wordt met een klein woordje dat door de jaren heen steeds harder is gaan klinken: NEE. Nee tegen datgene waar ze het niet mee eens zijn. Niet alleen nee uit onwil of warsheid, zoals in de peuterige jaren, maar een nee uit overtuiging van het eigen gelijk en recht. Een NEE tegen het onrechtvaardige feit dat ze alleen vanwege hun status als minderjarige niets te zeggen hebben over dingen waar ze wel degelijk hun inbreng in vinden thuishoren. En dat NEE zegt nog iets anders tegen allen die het bij het oude willen laten: GAME ON…